Supergeschiedenis helpt de mensaap over de schutting kijken

De aarde en haar bewoners stormen af op een ecologische ramp.

Het is natuurlijk een slaapverwekkende dooddoener. Ik heb hem maar even in een ander lettertype gezet, zodat hij toch een beetje opvalt. Want we lezen er over heen. Iedereen weet het en tegelijkertijd wil niemand de ongemakkelijke waarheid tot zich door laten dringen. We zijn murw gewaarschuwd. Kansloos. Een ver-van-mijn-bed-show. We willen het niet weten. Waarom dan toch weer over dit onderwerp schrijven op je blog, hoor ik je denken?

Nou… laten we zeggen dat ik een aha-erlebnis had die ik in een keer graag met iedereen wil delen. Dat heb je weleens, zo’n moment. Een beetje vergelijkbaar met astronaut Wubbo Ockels die rond onze planeet cirkelde en vanuit dit Kuifje-perspectief tot het heilige besef kwam dat we ‘die oude vertrouwde aarde’ kost wat kost moesten redden. Bij mij ontstond die aha-erlebnis na het bekijken van een briljant YouTube-filmpje over de Big Bang, getipt door mijn zoon. Plosteling realiseerde ik mij dat het, in superhistorisch perspectief,  het uitsterven van het menselijk ras helemaal niet zo uitzonderlijk is. Bekijk je het lot van alle levende organismen op aarde op een tijdlijn van 4,5 miljard jaar dan behoort  uitsterven, ook voor de superieure mensensoort, gewoon tot de mogelijkheden. Alleen willen we dat niet zien natuurlijk want we zijn zelf mens.

supergeschiedenis, big history, tijdvakkken, geschiedenis, D. Christian, big history project

Volgend jaar stevenen we af op een ecologische ramp
Hoe zou het zijn als we de uitspraak dat de ‘aarde en haar bewoners afstormen op een ecologische ramp’, nog meer dreigend maken? Bijvoorbeeld:
Wist je het al? Volgend jaar stevenen we af op een ecologische ramp! Of: Breaking… Het gevolg van de opwarming van de aarde is nu al zichtbaar in de vorm van  overstromingen in Limburg! Zouden we dan nog deze waarschuwing, als het zoveelste horrorverhaal rond ons milieu, wegwimpelen? Ik denk het niet.

We kunnen ook, in plaats van de toekomst dichtbij te halen, het verleden groter maken. Hoe zou het zijn als we eens over de schutting kijken van ons huidige historische besef?  Dus ons klassieke beeld van de geschiedenis van alleen de mensheid loslaten? Ons ten volle beseffen dat, in een superhistorisch perspectief van 4,5 miljard jaar, levende soorten op aarde al een paar keer volledig zijn uitgestorven? Dat dus het uitsterven van de menselijke soort op aarde gemakkelijk nog een keer kan gebeuren?
Dit perspectief zal op zijn minst een onbehaaglijk gevoel opleveren. Of, om met Friedrich Nietzsche –  die besnorde Duitse filosoof en waarzegger uit de ‘verre’ 19e eeuw – te spreken:

De mens is niet meer dan een tijdelijke ziekte van de aardkorst.

Maar tegelijkertijd kunnen we ook zelf het tij keren. Dat konden de trilobieten (uitgestorven rond 550 miljoen jaar v.C.) niet. Ook de dinosaurussen (uitgestorven rond 65 miljoen jaar v.C. door hoogstwaarschijnlijk een meteorietinslag) hadden geen invloed op hun lot.  De mens is tot nu toe het enige organisme op de aarde dat zijn eigen biosfeer kan beïnvloeden.  Zal hij zijn verantwoordelijkheid nemen?

Het is 2 nanoseconden voor 12 in superhistorisch perspectief
We zijn met zijn allen onderdeel van een ‘grotere’ geschiedenis.  Een blik op het complete verleden vanaf het ontstaan van onze aardbol geeft een ander verhaal dan we gewend zijn. Als we werkelijk iedereen op de wereld willen overtuigen dat het 2 voor 12 is met de toekomst van onze planeet, moeten we volgens mij dit blikveld verruimen. Laten we eens de geschiedenis bekijken vanaf de Big Bang, via het afkoelen van een onleefbare planeet, via die miljarden jaren dat eencelligen zich langzaam ontwikkelen tot zoogdieren en via de absurd korte tijdspanne dat de rechtop lopende aap een beschaving sticht.
Deze denkoefening geeft een ander idee van onze nabije toekomst en een ander idee van van 3,8 miljard jaar experimenteren met levensvormen. Deze Big History beslaat nogal wat tijdvakken. Veel meer dan de tien tijdvakken die elke scholier vandaag op de middelbare school gedoceerd krijgt.

Denk je eens in wanneer je onze planeet bekijkt in het licht van dat eigenaardige moment toen er waarschijnlijk leven ontstond, rond 3,8 miljard geleden in de tot dan toe morsdode aardkorst. En bezie vervolgens de ondenkbaar lange 3 miljard jaar waarin een paar keer massa-extincties plaatsvinden, waarna er weer nieuwe soorten zijn ontstaan. En kijk dan eens naar die ongelooflijk korte periode wanneer toevallig een van die organismen geëvolueerd is tot een rechtop lopende mens.  En op zijn beurt weer veel te snel de aardkorst dreigt te verlaten omdat zij leven onmogelijk maakt door de uitstoot van CO2 en het opstoken van fossiele brandstoffen… In dat perspectief ga je de urgentie beseffen van slimmer omspringen met onze middelen van bestaan. Laten we ons niet blind staren op het heden en dat beperkte succesvolle verleden vanaf de ‘steentijd’ , waarin alles zo tastbaar goed lijkt te gaan met de zich ontwikkelende mens.  Laten we een reuze stap terugdoen en beseffen dat het zo maar eens echt fout kan gaan in de nabije toekomst.

Big History leidt tot een kosmisch bewustzijn, waarmee we over de schutting  kunnen kijken van ons klassieke  geschiedschrijving. Weg met de 10 tijdvakken uit het huidige geschiedenisonderwijs.  Het zijn er minstens 20.
supergeschiedenis, big history, tijdvakkken, geschiedenis, D. Christian, big history project

Big History is eigenlijk een term die historicus D. Christian van de Macquarie University in Australië gebruikt voor deze nieuwe manier van denken. weergeven Sinds zijn Tedxtalks in 2011 en de educatieve site van sponsor Bill Gates mag je spreken van een ‘big history’-beweging – in de VS vooral en Australie – de thuisbasis van Christian. In Nederland is de aandacht beperkt… zeker waar het middelbaar schoolonderwijs betreft. Laten we het daarom supergeschiedenis noemen. Dat bekt beter. Weg met de ’10’ tijdvakken.  Het zijn er minstens 20.

supergeschiedenis, big history, tijdvakkken, geschiedenis, D. Christian, big history project
Het nieuwe perspectief kan de slaapwandelende wereld, die zijn ondergang tegemoet gaat, wakkerschudden. Want het vertrouwen in de toekomst is vreemd genoeg wereldwijd groter dan ooit. Presidenten als Trump en Poetin steken de draak met de onheilsprofetieën over de aarde die uitgeput raakt. Zij reduceren de gevolgen van de opwarming van de aarde tot randverschijnselen en stimuleren overal ter wereld economische groei. Niet gehinderd door enige kennis en lange termijn gedachten pleiten ze vrolijk om alles wat de natuur te bieden heeft op te souperen. Zo lang de voorraad in onze aardkorst strekt.

Verlamd door het licht van de zaklamp
Niemand heeft het gevoel dat het water tot aan de lippen staat. Zelfs niet in ons kleine kikkerlandje, waarin mensen 5 meter onder N.A.P. wonen, worden de klokkenluiders met hun bekende riedeltje over de opwarming van de aarde, en de gerelateerde stijging van de zeespiegel, nauwelijks meer gehoord. Het lijkt een collectieve ontkenning. Is het de verlamming van het konijntje dat zich blind staart in de zaklamp van de jager?  Zijn we zo versteend van angst dat we niet voelen dat het geweer geladen is en op ons gericht?
Het lijkt er op of niets helpt. Alle voorlichtingscampagnes en noodklokken ten spijt. Zelfs niet als een geëmotioneerde kinderboekenschrijver als Jan Terlouw op televisie bijna in tranen uitbarst, als hij zijn ongerustheid uitspreekt over de toekomst van onze planeet. We kijken even de andere kant uit en schamen ons een beetje voor deze oude man die schromelijk overdrijft.
Toch is het onheilsscenario reëel.  In de afgelopen 250 jaar is door menselijke activiteiten, vooral het verbranden van fossiele brandstoffen voor industrie, electriciteit en transport, het kooldioxidegehalte in de atmosfeer nog nooit zo hoog geweest sinds 800.000 jaar. Duizenden jaren was dit gehalte 280 deeltjes per miljoen; rond het jaar 2000 was dit 400 deeltjes per miljoen. Rond de aarde vormt zich een dikke deken van  broeikasgas waardoor de warmte steeds minder makkelijk in de ruimte kan verdwijnen. Dit veroorzaakt de opwarming van de aarde. Door smeltende poolkappen en gletsjers en het uitzetten van opwarmend zeewater is de zeespiegel in de vorige eeuw met 7 cm gestegen. Het water staat ons letterlijk tot aan de lippen. De mensheid sterft uit over een paar generaties als we niet meer doen dan mondjesmaat milieuwetten invoeren. De rapporten liegen er niet om. In 2015 schatte de International Union for Conservation of Nature (IUCN) dat in een studie naar 80.000 soorten er 25.000 met uitsterven werden bedreigd.

We vinden wel een oplossing
Ach jôh, mompelt iedereen steeds maar. Zo’n vaart zal het niet lopen, toch? We vinden wel een oplossing… En we gaan weer over tot de orde van de dag. Hoe komt dit? Waarom is niemand er echt van te overtuigen dat het weleens volledig mis kan lopen hier op aarde?
In tijden van paniek is de neiging groot om de geschiedenis raad te plegen. Zoals zo vaak wanneer we iets willen begrijpen van de mens in het heden. Maar vreemd genoeg zien we dan niet de verschillende extincties van soorten. Toch hebben er al sinds het ontstaan van leven 5 massale extincties plaats gevonden.
Iedereen houdt zich echter vast aan het succesverhaal van de evolutie. Sinds het ontstaan van ons evenbeeld (ergens rond 2,5 miljoen jaar geleden zien we onszelf rechtop lopen) heeft deze mensaap altijd nog een oplossing gevonden voor de ‘problemen van het samenleven’ dus nu zullen we het ook wel redden…

Hebben we deze collectieve cognitieve dissonantie al eerder meegemaakt? Maar dan hebben we een extra probleem. Want met dezelfde cognitieve dissonantie van toen kijken we ook naar ons verleden nu. Weer zien we een vrij beperkt schouwspel. We raadplegen daarbij vooral het historisch bewustzijn zoals we dat op school hebben meegekregen… En we zoeken natuurlijk vooral naar mensen die de rampen niet aan zagen komen.  In plaats van dat we een ramp als massa-extinctie van organismen in het licht van 4,5 miljard jaar durende geschiedenis van de aarde beschouwen.
Klassiek is bijvoorbeeld om naar het begin van de 20-ste eeuw te kijken – wanneer we het over blind vooruitgangsoptimisme hebben. Het tijdvak van stoommachines en burgers leren de middelbare scholieren. Rond de eeuwwisseling heeft de industrialisatie voorspoed opgeleverd voor veel mensen. Het was de tijd dat Parijs een prachtige Eiffeltoren van ijzeren spanten stond te blinken. Er was toen een optimistische sfeer over de toekomst.  Het was ook de tijd dat alle Europese landen waren verwikkeld in een wapenwedloop en zij bezig waren de kolonies in de rest van de wereld van hun grondstoffen te beroven. Men verheerlijkte de vooruitgang. Iedereen was blind voor de rampen die er op stapel stonden, roepen alle geschiedenisdocenten nu in koor.
Is ons roekeloze gedrag van 2017 vergelijkbaar met het optimisme van de frontsoldaten  honderd jaar geleden? Zijn we nu weer in de ban van de bekende vooruitgangsgedachte die destijds iedereen hypnotiseerde en uitmondde in twee wereldoorlogen die in totaal aan 60 miljoen mensen het leven kostten? Zoals we allemaal weten liep het in 1914 faliekant anders met de zegeningen van de technologie. Innovaties die ons eerst de stoommachine bracht en daarna de T-Ford bleken ook veel minder positieve effecten te hebben. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zorgden toepassingen als de mitrailleur, vliegtuigen met granaten, tanks en zenuwgas voor de grootste massavernietiging uit de geschiedenis van onze soort. We kennen allemaal de beelden van de honderdduizenden jongemannen die, vanuit alle landen in Europa, zingend naar de frontlinies in Noord-Frankrijk marcheerden en daar volledig in de pan werden gehakt.  Binnen vier jaar waren er 20 miljoen mensen van de aardbol verdwenen.

Op de 4,5 miljard jaar oude planeet aarde is leven herhaaldelijk uitgestorven

Natuurlijk, de geschiedenis van de mens de afgelopen 5000 jaar is een aaneenschakeling van epidemieën, hongersnoden, natuurrampen en oorlogen, waarbij miljoenen slachtoffers zijn gevallen. Dat zit verankerd in ons collectieve geheugen. Maar toch zijn wij geneigd om ons verleden te zien als het moeizame avontuur van die  eenvoudige mensaap die met vallen opstaan zich meester maakt van de natuur.
Supergeschiedenis vertelt dit verhaal in een nog bredere context. Vergelijk de industrialisatie in de negentiende eeuw, waarbij de grondstoffen ijzer en steenkool een cruciale rol speelden, eens met de toepassing van ijzer rond 4.000 vC in Mesopotamie.  Het ijzer zorgde voor een verbetering van werktuigen en wapens waardoor onze samenleving ook toen al fundamenteel veranderde. Steenkool als brandstof voor stoommachines in Europa was beschikbaar in de aardkorst dankzij de vrij willekeurige  afzettingen van plantenresten die gevormd zijn 300 miljoen jaar geleden, een subperiode van het Carboon.
Datgene wat wij trots in gedachte onze geschiedenis noemen is niet meer dan de 20 seconden die het menselijke soort in de geschiedenis rechtop rondloopt. Voor die tijd is ons gemeenschappelijke DNA in de gestalten van organismen al 4.5 miljard jaar bezig met ontwikkelen. En in die enorme tijdspanne is al het leven een paar keer compleet van de aardbodem verdwenen. Daar denkt niemand aan.
We praten liever over een mensachtige aap die sinds hij werktuigen kan maken en vuur kan beheersen de baas is over de natuur. Wanneer leefomstandigheden veranderen past hij zich noodgedwongen aan. Hij sterft nooit uit. Helemaal wanneer hij rond 12.000 vC. de landbouw ontdekt is zijn bestaan gegarandeerd. De wereldbevolking neemt sindsdien gestaag toe. Het gaat goed met de menselijke soort, denken we. Door de industrialisatie telt de wereldbol zelfs aan het eind van de 19e eeuw één miljard mensen.  Aan het eind van de 20ste eeuw zijn dat er 7 miljard. Vandaar dat we denken dat we nooit zullen uitsterven –  we blijven met veel. Uiteraard met grote verschillen tussen arm en rijk maar we lopen rond. Ook na de pest-epidemieën in de middeleeuwen, de godsdienstoorlogen in de 16 en 17e eeuw, de cholera-epidemieën in de 19de eeuw, de twee wereldoorlogen en de rampen iets dichter bij ons bed:  bijvoorbeeld de kernramp Tsjernobyl in 1986,  de natuurramp in Thailand door de Tsunami en de Aids-epidemie in Afrika. Onkruid vergaat niet, denken we nog steeds.

supergeschiedenis, big history, tijdvakkken, geschiedenis, D. Christian, big history projectWanneer iedereen echter eens dit beperkte perspectief van tien tijdvakken zou loslaten en werkelijk de totale geschiedenis zou overzien van onze planeet, en misschien wel van ons heelal, dan zal iedereen direct moeten concluderen dat onkruid wel degelijk vergaat.
Het is een kleine moeite om vanaf tijdvak 1 “Jagers en Boeren”, deze periode wat beter op te delen in belangrijke episodes en vervolgens terug te stappen in de tijd tot de vorming van de aarde.
In de geschiedenis van 4,5 miljard jaar is levend organisme een paar keer volledig uitgestorven dankzij het Sneeuwbal Effect. En hoeveel soorten zijn er ook daarna niet uitgestorven omdat zij niet in staat waren zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden met andere leefregels? Dit superhistorisch perspectief zal leiden tot een aardverschuiving in het bewustzijn van mensen. Zullen we dan toch maar eens goed gaan nadenken over hoe we de aarde uitputten en ons eigen graf graven?

Het geschiedenisonderwijs in Nederland is toe aan een nieuw perspectief

Het is de hoogste tijd dat we we iedereen, en de opgroeiende jeugd met name, eens over de schutting leren kijken. Het geschiedenisonderwijs in Nederland is toe aan een nieuw perspectief. In die zin is het geen vijf voor twaalf maar twee seconden voor twaalf. Twee seconden is slechts de ultrakorte periode dat wij als organismen met een zelfbewustzijn op deze aardbol rondlopen en ‘denken’ dat we de baas zijn en vooral onkwetsbaar. Dat zijn we niet. Supergeschiedenis leert ons dat we ook maar toevallig als hoogste primaten in staat geweest zijn om de planeet naar ons hand te zetten. Stel dat de dinosauriërs 65 miljoen jaar niet waren uitgestorven door een meteorietinslag? Dan waren de kleine zoogdieren niet in staat geweest om zich door te ontwikkelen tot wat wij nu een mens noemen.    Andere levende wezens met net zoveel potentie en langere periode van bestaan (trilobieten, dino’s en Neanderthalers) zijn uitgestorven. Dat historisch bewustzijn van kwetsbaarheid zal zeker angst inboezemen en wakkerschudden. Zodat we dan maar in Godsnaam met zijn allen maatregelen gaan treffen. Met als doel dat wijzelf en toekomstige generaties een toekomst hebben op deze planeet. Die mentaliteitsverandering kan supergeschiedenis opleveren.

Begint onze geschiedenis wel met het tijdvak  ‘Jagers en Boeren’?

Elke scholier in Nederland die in de 21e eeuw een geschiedenisexamen gedaan heeft is met de beeldmerken van de tien tijdvakken doodgegooid. De meeste docenten geschiedenis laten de wereldgeschiedenis beginnen bij de mensaap. Natuurlijk zoeken we in het verleden iets dat op ons lijkt. Het bruine plaatje met de ondefinieerbare pot en daarachter een grottekening van jagers. De geschiedenis begint met het tijdvak  ‘Jagers en Boeren’, alles wat daarvoor gebeurt met onze planeet is een vaag en onbelangrijk verhaal. Er wordt doorverwezen naar de les aardrijkskunde, scheikunde en biologie. Toch kunnen al die disciplines worden samengevoegd tot supergeschiedenis. Maar men wil daar niet aan. Supergeschiedenis is te vaag. Want is  slecht onderbouwd: er zijn geen harde bewijzen voor de Big Bang theorie en het ontstaan van het eerste leven.  Want dit verhaaltje van 4.4 miljard jaar gaat natuurlijk niet over ons… het is slechts een proloog op het grote verhaal van de mensaap – door hemzelf met trots navertelt.

Supergeschiedenis biedt een venster dat essentieel is om niet alleen het heden te begrijpen maar werpt ook een heldere blik op de toekomst van onze aardbol. Een toekomst die zomaar kan bestaan uit een lange periode dat wij als soort van de aardbol zijn verdwenen.  Dat de mens slechts een tijdelijke ziekte van de aardkorst  blijkt te zijn zoals de filosoof Nietzsche eens met de nodige gevoel voor cynisme geroepen heeft.
De regeringscommissie onder leiding van hoogleraar Piet de Rooy heeft er in 2001 goed aan gedaan om het geschiedenisonderwijs op te delen in 10 overzichtelijke tijdvakken met kenmerkende aspecten. Nu is het tijd voor een nieuwe stap. Vanaf de Jagers kunnen we in minstens 8 tijdvakken de oorsprong van het leven en de vorming van onze aardkorst terug volgen. Laten we dus deze proto-geschiedenis toevoegen tot het curriculum van elke scholier.

Het perspectief van supergeschiedenis maakt de noodzaak van milieumaatregelen bewust

Supergeschiedenis betekent een herwaardering van ons bestaan op de aarde. Het reduceert onze hoogmoed en arrogantie die wij als mensaap hebben opgebouwd. Het zet ons met beide benen terug op de kwetsbare aarde. Een revolutie vergelijkbaar met de nieuwe zienswijze van Copernicus die ons in de 16e eeuw leerde dat de aarde om de zon draaide en niet andersom. En daarmee onze goddelijke planeet aarde reduceerde tot een van de vele versteende planeten in het zonnestelsel. Vergelijkbaar met de zienswijze van Darwin die leerde dat de aarde miljoenen jaren oud was en wij als soort gevormd zijn door een zeer traag proces van natuurlijke selectie gedurende miljoenen jaren. In plaats van een oppergod die in een handbeweging de aarde in 6 dagen schiep. Darwin reduceerde daarmee de mens tot een van de vele soorten bewoners van de aarde, dichter bij de aap dan bij God. Een revolutie vergelijkbaar met Freud die ons leerde dat wij als soort net zo driftig  zijn als andere dieren, voortgedreven door oerinstincten om te overleven, in plaats van gedreven door hogere cultuuridealen. Vergelijkbaar met al die revoluties die het  beeld van onszelf en onze positie in het heelal veranderd hebben. Het perspectief van supergeschiedenis kan de mensaap zelf een kwetsbare plaats geven in 3,8 miljard jaar van experimenteren van organismen om te overleven.  Zodat we met zijn allen beseffen dat het 2 seconden voor twaalf is.
supergeschiedenis, big history, tijdvakkken, geschiedenis, D. Christian, big history project

 

Bestudeer daarom ook de kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken:

En de bestaande tijdvakken zoals ze op deze site in een handzame (mobiele)  webpage(www.mediamarlin.nl/tijdvak) zijn veranderd en al jaren op de middelbare school worden gedoceerd voor het eindexamen geschiedenis.

 

Gepost in geschiedenis, Supergeschiedenis, Tijd van Dino's en Continenten, Tijd van Land en Amfibieën, Tijd van Primaten en Gebergten | Getagged , , , , | Plaats een reactie

Ger Bikes – advies en racefietsen op maat

Ger Bikes racefietsen op maat“Of je nu alleen op zondag een toertochtje maakt of dat je een criteriumklepper bent, Ger Hermans is de ambachtsman die elke fietsliefhebber nodig heeft om op terug te kunnen vallen”

In Amsterdam, waar normaliter de dorre racefietswoestijn wordt gedomineerd door commerciële dozenschuivers en drukke fietscafés met hippe baarden, vormt de winkel van Ger Bikes in Betondorp een uitzondering. Zijn werkplaats aan de Brink is een oase van rust en vakmanschap. Als framebouwer voor RIH en als professionele baanwielrenner weet Ger zowel van de theorie en de praktijk van wielrennen. Hij houdt er niet van als ik dit opschrijf maar Ger is een regelrechte legende.

Ger Bikes, advies en racefietsen op maat

Vorig jaar heb ik een prachtige GER van carbon op maat laten maken. Het bouwproces was al een feest op zich. Met de nodige Jordanese humor adviseert hij over houding en de beste materialen die passen bij jouw rijstijl. Want alleen een maatfiets is een echte koersfiets. Ik kreeg alle ruimte en begeleiding om mijn eigen kleur, belettering en beeldlogo te bepalen. Maar ook de service daarna is fantastisch. Ger staat altijd voor je klaar. Plaats je net voor een tijdrit je opzet-stuurtje en draai je een bout lam? Een ritje naar Betondorp is genoeg. Ger haalt de fiets waarmee hij bezig is van de haken en maakt direct een aanpassing waarmee je weer jaren vooruit kan. Dat is Ger ten voeten uit.

Ger Bikes racefietsen op maat
>> slideshow

Gepost in FC Trappist, Zen | Comments Off on Ger Bikes – advies en racefietsen op maat

Kenmerkende aspecten tien tijdvakken oefenen geschiedenis vwo havo

Bijna is het zo ver: eindexamen geschiedenis HAVO/VWO 2018.
De 49 kenmerkende aspecten.
Weet jij ze al?
Gebruik je 06 als spiekbrief en leer de aspecten van elk tijdvak bij het wachten op de bus of op de WC… makkelijk punten scoren met deze kennis! 


Speel op je desktop: http://www.mediamarlin.nl/tijdschijf/ 

Speel op je mobiel:  http://www.mediamarlin.nl/tijdvakken

Instructie tijdschijf/tijdlijn

Dit is een instructie van de door Marlin Media ontwikkelde oefenvorm ‘tijdvakken‘.
Met de tijdschijf (desktop/tablet) of tijdlijn (mobiel) kan elke eindexamen-kandidaat HAVO/VWO de 49 kenmerkende aspecten van de tijdvakken Geschiedenis via een ‘Thinglink’ repeteren.

Verantwoording:
Alle teksten zijn afkomstig uit het schoolboek Feniks. Geschiedenis voor de bovenbouw. VWO  (ThiemeMeulenhoff 2014). Ik ben afgestudeerd historicus (UvA); voor mijn dochter ontwikkelde ik ooit voor haar gymnasium-examen de tijdschijf.
Nu hoop ik dat elke eindexamenkandidaat (Havo / VWO) deze tool kan gebruiken om de stof te repeteren.

Let op:
Desktop/smartboard:   tijdschijf
Mobiel:   tijdlijn 


Hoe werkt de Tijdschijf Tijdvakken op desktop?

– bekijk steeds de schijf op de deskop zonder de muis over de tijdschijf te bewegen –

Icons (1)5Wil je alle aspecten van een tijdvak op een rijtje?
– beweeg je muis over de groene balletjes in de kern van de schijf –

Icons (1) (1) Indien je meer toelichting nodig hebt per aspect:
– beweeg je muis over de zwarte balletjes met een cijfer in de taartpunt –

Icons (1)3Wil je een uitlegfilmpje van Joost van Oort bekijken over een tijdvak?
– beweeg je muis over de video-iconen –

Thinglink, tijdvakken, geschiedenis, kenmerkende aspecten

Klik op het vergrootglas om je te verdiepen in de beeldmerken Klik op het boekje in de taartpunt om je te verdiepen in 1 tijdvak

>> tijdschijf op je desktop 

>> tijdlijn op je mobiel 


1. Begrijp eerst de beeldmerken, gerelateerd aan een periode van een tijdvak

Ezelsbruggetje
Moeite met het onthouden van de namen van de tijdvakken?
Je Gaat Maar Snel Op Ramen Poepen Bij Witte Tantes!

(1) J Jagers en Boeren
(2) G Grieken en Romeinen
(3) M Moniken en Ridders
(4) S Steden en Staten
(5) O Ontdekkers en Hervormers
(6) R Regenten en Vorsten
(7) P Pruiken en Revoluties
(8) B Burgers en Stoommachines
(9) W Wereldoorlogen
(10) T TV en Computers

Bestudeer de onderstaande verzameling beeldmerken van de tijdvakken grondig.
Je hebt ze al heel vaak gezien maar wat betekenen zij eigenlijk?
Stel jezelf steeds de vraag: waarom wordt hier dit voorwerp als beeldmerk gebruikt? En waarom deze achtergrond? Zeg bij elk beeldmerk en achtergrond hardop welk tijdvak dit betreft en welke voorwerpen.

Bijvoorbeeld:
10cmKL03
-Beeldmerken: helm en zuilen van kerk
-Deze symbolen slaan op de tijd van Ridders en Monniken, in de periode 500 tot 1000 n.Chr
-Op de voorgrond zie je een helm en op de achtergrond de zuilen van een Romaanse kerk. Beide zijn elementen van de samenleving in de vroege Middeleeuwen: ridderschap en christelijke kerk.

Als je de betekenis niet weet van het beeldmerk:  links onderin van elk beeldmerk staat een vergrootglas met een verklaring.  Klik door middel van het boekje naar de webpagina van het tijdvak zelf, om je te verdiepen in de kenmerkende aspecten.

2. Leer de kenmerkende aspecten per tijdvak

Stel vervolgens jezelf op dit algemene overzicht (zie onderstaande afbeelding) bij elk beeldmerk de vraag: wat zijn de kenmerkende aspecten van dit tijdvak ?
Beweeg met je muis over het plaatje en zie hoeveel aspecten er gevraagd worden aan het aantal zwarte balletjes met een cijfer.
Beweeg over een zwart balletje en leer per beeld het aspect zelf.

Bijvoorbeeld inzake het tijdvak ‘Jagers en boeren’ :
1) de levenswijze van jager-verzamelaars
2) het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
3) het ontstaan’  van de eerste stedelijke gemeenschappen
Alleen als het kenmerkende aspect niet duidelijk is, lees je de toelichting in de pop-up. 

Klik door middel van het boekje naar de webpagina van het tijdvak zelf om je te verdiepen in de kenmerkende aspecten.

Verantwoording

Alle teksten zijn afkomstig uit het schoolboek Feniks. Geschiedenis voor de bovenbouw. VWO  (ThiemeMeulenhoff 2014).

3. Geef bij alle 49 kenmerkende aspecten een historisch voorbeeld

Neem bijvoorbeeld het kenmerkende aspect ‘Europese expansie over zee’ van het tijdvak ‘Ontdekkingsreizigers en hervormers‘:

“De ontdekking van Amerika door Columbus  in 1492.” 



Aan de slag

a) Leer nu eerst de beeldmerken

Kenmerkende aspecten van 10 tijdvakken: thinglink, geschiedenis, vwo

b) Ga vervolgens naar elk beeldmerk van een periode op de tijdschijf of tijdlijn  en leer de kenmerkende aspecten van alle tijdvakken stuk voor stuk. 


Let op:


Desktop/tablet:   tijdschijf
Mobiel:   tijdlijn 

c) Herhaal nog een keer en noem nu ook een historisch voorbeeld van een kenmerkend aspect.

 


 

Andere oefenvormen: Kahoot en Quizziz

1. Weet jij bij welk kenmerkend aspect van een tijdvak een bron hoort?

Doe deze Kahoot om te toetsen of je deze vraagstelling in de vingers hebt.


2. Weet jij bij welk tijdvak het kenmerkend aspect hoort?

Doe deze Kahoot om te toetsen of je deze vraagstelling in de vingers hebt.

3. Beheers je de kenmerkende aspecten van alle tijdvakken al voldoende?

Doe de meesterproef in vier stappen met deze quiz:

1. Ga naar http://quizizz.com/join/
2. Vul de gamecode 889045 in
3. Laat zien wie je bent of vul een nickname in
4. Speel de quiz en weet het zeker…

Gepost in digitaal lesmateriaal, digitaal onderwijs, overzicht 10 tijdvakken, Tijdvakken - Geschiedenis | Getagged , , , , , , | Comments Off on Kenmerkende aspecten tien tijdvakken oefenen geschiedenis vwo havo

Bretagne, dag 5

Verder weg

GR 34 loopt heel mooi langs de Cote du Sud.

 

 

 

Bij het dorpje Laz liggen de Montagne Noirs: zwarte bossen

Pont Aven heeft Gauging veel geschilderd.
Twee Franse onooglijke dorpjes aan de Bretonse kust werden bekend in de kunstgeschiedenis, na het impressionismePont-Aven en Le Pouldu werden de onverwachte verblijfplaats van Paul GauguinEmile BernardPaul Sérusier en tal van andere schilders, die er de School van Pont-Aven vormden. Ze noemden zich de Les Nabis (de profeten).

St Herbot a 20 minuten

Crozon, Morgat ligt op 1 uur , schiereiland met heel veel mooie baaien.
Bretagne. Baie de Douarnenez-Morgat.
Crozon peninsula, Cap de la Chevre, Pointe de Saint Hernot, Douarnenez Bay

Quimper op 30 minuten rijden.

Foret Huelgoat op 20 min.

Wandelen sur la cote SUd

Concarneau op 40 min rijden
De oude binnenstad van Concarneau, La Ville Close, ligt op een eiland in de natuurlijke haven en is nog geheel omsloten door de oude stadsmuren. De Ville Close is de ommuurde oude stad, waarvan de stadsmuur en toren in de 16e eeuwwerden vernieuwd en in de 17e eeuw voor de artillerie omgebouwd. Tegenwoordig bevinden zich hier vele winkels en restaurantjes waardoor het een toeristisch karakter heeft gekregen. Via een brug is het eiland met de andere delen van stad verbonden. Aan de kust in de buurt van Concarneau zijn er mooie stranden. De stad ligt aan een baai, de Baie de La Forêt.

Gepost in vakantie | Comments Off on Bretagne, dag 5

Bretagne, dag 4: rond Saint-Goazec

Het dorpje Chateuneuf-du-Faou op 8 km lijkt het dorpje te zijn met de Bakker.Het ligt bij de kromming van een rivier: l’aulne. Daar kun je ook mooi zwemmen en er loopt een fietspad langs . Maar in Laz  (3 km) is ook een kleine épicerie, blijkt nu ook.

Door Chateuneuf-du-Faou loopt een circuit Paul Sérusier (impressionistische schilder): wandeltocht door settings van zijn schilderijen. Je kunt een wandeling maken van bord naar bord; allemaal plekken waar de schilder een schilderij van gemaakt heeft, waar hij woonde, waar hij de kerk heeft versierd met schilderingen. Interessant.

 

Gepost in vakantie | Comments Off on Bretagne, dag 4: rond Saint-Goazec

Bretagne, dag 3: de westkust

Saint Goazec (spreek uit: Sant-Wazeg) ligt in het midden van Finistère dus we kunnen naar verschillende kusten: eerst maar de West-kust. Voorbij Quimper ligt de Baie d’Audierne. Daar kunnen we golfsurfen. Be Good Surfschool lijkt me wel iets.

Een surfschool bevindt zich op 60 km. van ons huisje bij Plage de Kermabec à TréguennecOok bij de surfspots Penhors,  Plovan en Gwendee zijn scholen. Helemaal apart is http://www.soulsurfingskol.com/photo#, een Ford bestelbus die  rondrijdt en waar je spullen en les van kan afnemen.

 

 

 

 

 

 

 

Iets verder Plozévet

Gepost in vakantie | Comments Off on Bretagne, dag 3: de westkust

Bretagne, dag 2: Saint-Goazec

We rijden dag 2 zo’n 323 km westwaarts, naar het plaatsje Saint-Goazec. Daar ligt ons  huisje, op 20 km van Quimper. Bretagne is westelijke landpunt van Frankrijk, waar ook het dorpje van Asterix en Obelix ligt. Bretagne speelt een bijzondere rol in de Franse geschiedenis.  Tot de Franse revolutie in 1879 (!) was Bretagne een zelfstandige provincie van Frankrijk. Dit maakt het gebied apart ten opzichte van andere delen van Frankrijk. Je ziet het ook meteen als je er rondrijdt: Engels-achtige spelling van plaatsnamen; vreemde primitief-Gothische kerkjes die Engels ogen met een vierkante kerktoren met kantelen. Neem nou Eglise de Pleyben, op 20 km van ons huisje.  Echt een vreemd gebouw, toch?
Je hoort op de radio doedelzakmuziek;  je ziet zelfs in de dorpjes ‘tea-rooms’.
Wij gaan naar een dorpje dat heet bijv. Saint-Goazec (spreek uit: Sant-Wazeg in het Bretons).  Die heilige Goazec was bijvoorbeeld een Engelsman uit Cornwall. Hoe kan dat?

Naar welke streek gaan we van Frankrijk? Een soort Engelse provincie?  Aan ons eigen huisje kun je ook al de Engelse invloed zien. Het is net een cottage… Waar komt die invloed vandaan? Even een klein stapje terug in de geschiedenis om het heden van Bretagne beter te begrijpen.

Bretagne: land van de menhirs
Prehistorische vondsten bewijzen dat al 5000 vChr in dit kustgebied van Noord-Frankrijk al jagers en verzamelaars leefden die grote stenen oprichtten (dolmens), waarschijnlijk bedoeld als grafkamers. Ook kom je de gebeeldhouwde menhirs zomaar in het landschap tegen.  Soms in halve cirkels opgesteld. Men denkt dat de menhirs (waar Obelix ook mee loopt te sjouwen) voor de prehistorische mensen een functie hadden bij hun verering van de hemellichamen. Maar dat is gissen. Wanneer we naar de Dordogne rijden gaan we zeker nog naar het plaatsje ‘Carnac’, in Zuid-Bretagne. Dit ligt toch op de route en we kunnen hier even lunchen. Niemand weet precies waarom men al die stenen daar in Carnac in  patronen op het veld neerzette (verg. Stonehenge in Engeland en de grote koppen van Paaseiland).

De streek van de strip Asterix en Obelix
Rond 500 vChr vestigden zich in het gebied van Bretagne, dat toen Armorica heette, een  groep Keltische stammen, afkomstig uit het centrum van Europa (de Hallstatt cultuur in Oostenrijk). Deze bewoners van de kuststreek in het Noorden van Frankrijk rond 500 vChr staan model voor de verhalen van Asterix en Obelix. Strijdlustige Kelten met vlechtjes, grote snorren en woonachtig in dorpen die beschermd werden door een omheining van pilasters. De leider was een wijze krijger die op een schild werd gedragen. De geestelijke was een druïde die raad gaf en met kruiden (maretak) de krijgers verpleegde.  De artiest was een bard die met liedjes het dorp vermaakte. De makers van Asterix en Obelix (Goscinny & Uderzo) volgden daarbij de historische werkelijkheid op de voet.

Inderdaad doet Julius Caesar in 50 vChr in zijn dagboek verslag van de hevige strijd die hij in het Noord-Westen (Golf van Morbihan) moet voeren, tegen de Keltische ‘Veniti’-stam. Goscinny heeft zich met het schrijven van de strip laten inspireren door dit dagboek van Caesar. Uiteindelijk wist hij de Veniti te verslaan en kwam Armorica onder Romeins gezag. Dit zal zo’n 500 jaar duren. De plaatselijke bewoners romaniseerden gedeeltelijk.

Armorica wordt rond de 6e eeuw nChr ‘Bretagne’ 
Pas in de vroege Middeleeuwen rond de 6e eeuw, toen het Romeinse Rijk  was ingestort in West-Europa kreeg dit Armorica de naam ‘Bretagne’. Een groep Keltische stammen uit Wales en Cornwall (Groot-Britannië) staken het kanaal over en noemde het veroverde gebied Britannië. De  stammen uit Engeland namen een Keltische variant mee van het christendom. De Kelten uit Groot-Brittanië voerden ook de typisch Bretonse plaatsnamen in. Het voorvoegsel plou (in bv. Plouharnel) of zijn varianten plo, plu of plé, komt van het Latijnse plebs (het gewone volk) en het verwijst naar een gemeenschap van christenen.

Het Frankrijk (land van de Franken)  kreeg  in deze tijd ook al vorm maar het lukte de Frankische koningen eeuwenlang niet om het Noord-Westelijke puntje te betrekken bij Frankenland. Bretagne bleef tot de 9e eeuw een Brits-Keltische enclave en was zelfs in deze periode een tijd lang een onafhankelijk Koninkrijk. Het lukt de dynastie van de Merovingische koningen niet om  Bretagne  in te lijven bij het steeds groter wordende  Frankenland.  Rond de 8e eeuw strekte dit land, onder leiding van Karel de Grote,  al uit tot het midden van Europa

!

In de 9e eeuw vallen Noormannen Bretagne vanuit zee herhaaldelijk binnen en zaaien dood en verderf. Hele kloostergemeenschappen vluchten naar het zuiden. Nu begint ook een nieuw hoofdstuk in de onafhankelijkheid van Bretagne.  Vanaf de 10e tot de 14e eeuw werd Bretagne langzaam een feodale staat, een vazalhertogdom dat wisselend onder de koning van Engeland en onder de koning van Frankrijk viel. Maar de lokale Bretonse  leenheren bezaten grote kastelen en grote lenen die zij zonder inmenging van de hogere koningen bestuurden. Het kasteel van Josselin (op 100 km rijden van ons dorpje, dat is veel te ver weg)  is daar een mooi voorbeeld van. Echt een middeleeuwse lompe burcht zonder pracht en praal.
Het kasteel wordt al bijna 10 eeuwen (!)  bewoond door de familie De Rohan, aan de oevers van de Oust in het hart van de Morbihan.
Op 3 kilometer bij ons dorpje ligt in het natuurgebied het 19e-eeuws kasteel (neo-neo stijl) Trévarsez dat toch wel imposant oogt. Met een hele grote kasteeltuin.  Prima lunchplek met uitzicht over de vallei.

Morgen gaan we kijken wat we gaan doen in deze prachtige streek.

Gepost in vakantie | Comments Off on Bretagne, dag 2: Saint-Goazec

Bretagne, dag 1: Normandië – Caen

We rijden vrijdag via België (Lille) naar het Noord Franse stadje Caen op 650 km in de regio ‘Normandië’. Daar komen we in de middag aan.  Normandië komt aan zijn naam vanwege de bezetting van het Noorden van het Frankische Rijk in de 9e eeuw door de Noormannen onder leiding van hun opperhoofd Rollo.  Zijn opvolger, de Normandische koning Willem de Veroveraar, stak vanuit Normandie het kanaal over en versloeg Engeland op eigen grond bij het plaatsje Hastings. Op het  beroemde tapijt van Bayeux (het eerste geknoopte stripverhaal, uit 1068) is deze slag vereeuwigd. Bayeux ligt 20 km verder dan Caen maar dat slaan we over.

Door het koude klimaat is Normandie geen wijnstreek want druiven groeien hier niet. Wel appels. Het zeer sterke Calvados (van appels gestookt) is hier het regionale drankje.

Wij gaan overnachten in een budgethotel ten noorden van het plaatstje Caen, op zo’n 10 km. van een zogenaamd landingsstrand, één van de plekken waar de Geallieerden op 6 juni 1944 onder leiding van generaal Montgomery met een groot leger landde, om Europa te gaan bevrijden van Hitler. Al die landingsstranden verdelen zich over een lange strook, een soort kommetje in de kust, beginnend in het Oosten bij Cherbourg (ongeveer het Noordelijkste puntje van Frankrijk) tot LeHavre in het Westen. Er  ging heel veel mis tijdens de landing en het duurde pas tot september ’44 voordat de Geallieerden in LeHavre stonden en konden oprukken richting België en Duitsland.
Het plaatsje Caen waar wij verblijven ligt recht onder strand met de codenaam ‘SWORD’, de plek waar  Engelse en Canadese troepen aan land gingen.

In Caen zelf ligt een interessant museum dat een beeld geeft van de gevechten op het strand. Gaan we even kort naar toe. Want we hebben natuurlijk naar de draak uit mijn jeugd de zwart-wit film Longest-Day (1962 Darryl F. Zanuck) gekeken en gelukkig ook naar het veel betere Saving Private Ryan (1998 Spielberg).

 

Gepost in vakantie | Comments Off on Bretagne, dag 1: Normandië – Caen

Aangeschoten wild op de IJmeerdijk

06.00 uur. Mijn iPhone zingt vrolijke vogelgeluiden.
Waarom zo vroeg opstaan? Het is vandaag een vrije dag… Hemelvaart. Op Hemelvaart mag heel Nederland in zijn bed blijven liggen. Ik ben vrij.
Mijn vrouw draait zich zuchtend om.
Ik probeer mij te herinneren waarom ik zo vroeg op moet staan. O ja, verdomd. De traditionele ‘IJsselmeer’ van FC Trappist is vandaag! Er wordt vroeg gestart. Zo’n 260 km rond het meer fietsen. Ik moet eruit…
Ik stap onder de douche. IJsselmeer. Eerst met de rem erop naar Bolsward en dan is het koers. Niet zomaar een tochtje. Het is een van de traditionele wedstrijden die mijn fietsclub de FC Trappist uniek maakt. Serieuze, ietwat belegen mannen op middelbare leeftijd veranderen plotseling in wilde pubers tijdens dit rondje. Als hongerige beesten trekken ze door de Friese savanne. Vooral de renners die voor het eerst meedoen aan dit circus schrikken zich rot.  Want het rondje IJsselmeer betekent in de praktijk na Bolsward als een gek achter de rode GER van Bert Z. aanfietsen. Bert heeft van deze Odyssee zijn hobby gemaakt, dat weet inmiddels iedereen binnen de club.  Maar elke keer is het toch verbazingwekkend wat hij allemaal voor rotstreken uithaalt als het koers is na Bolsward. Hij kent elk olifantenpaadje langs de route Lemmer- Almere – Duivendrecht. Hij maakt in het geheim extra kilometers om zich optimaal voor te bereiden. En, zoals hij zelf steeds zegt, ‘omdat het een wedstrijd is, is alles geoorloofd’. In het universum van Bert betekent dit ook dat je plotseling mag afsnijden door een stuk weiland omdat we verderop ‘toch rechtsaf moeten’.  Onverwacht door rood licht rijden om ervoor te zorgen dat een aantal renners niet meer kunnen aansluiten. Bibberige ouden-van-dagen voor hun sokken rijden zodat de weg versperd wordt door omgevallen rollators. Niets is Bert te dol om in deze eerste fase van de wedstrijd het peloton kleiner te maken…Verdomme, het is IJsselmeerdag. Ik moet opstaan…

FC Trappist – IJsselmeer: het echte wielrennen in het klein

Wat een gekke dag eigenlijk om IJsselmeer te plannen, bedenk ik mij verward. Hemelvaart. Dat was vroeger nooit. O ja, nu weet ik het weer. Een paar koekenbakkers uit het bestuur van de club hebben deze mooie tocht uit het programma gehaald. De wedstrijd is sinds dit jaar niet meer officieel en wordt door liefhebbers ‘wild’ georganiseerd. Hoe kan het bestuur de tocht nu afschaffen? Door zijn afstand (260 km) is het een echte wielerklassieker waarbij, veel meer dan de clubwedstrijden in het Westhoffbos, het echte wielrennen wordt nagebootst. Als wielertoerist kun je eindelijk eens fysiek ervaren wat het is om met 250 km in de benen nog een finale te rijden. Hoe tijdens een wedstrijd bijna alles geoorloofd is, behalve elkaar met bidons bekogelen of een fietspomp in het wiel te steken. Hoe je eerst het bordje van iemand anders leegeet, voordat je aan je eigen bordje begint. Hoe een sprinter altijd maar wacht, weinig kopwerk doet en zich dan lelijk kan verkijken op een laatste ontsnapping van een niet-sprinter. Kortom: de jaarlijkse IJsselmeer is het echte wielrennen in het klein.

Mijn vrouwlief geeft mij een por. Je moet opstaan!

Oké, ik spring uit bed. Nog 40 minuten om klaar te staan op bij de Pont achter het CS, de plaats waar iedereen die deelneemt aan de tocht verzamelt. Genoeg eten mee. Bandjes op spanning. En ik moet nog de route checken op Google maps. Op zich wijst het zich allemaal vanzelf. Zeker het eerste stuk naar Bolsward. Maar bij Lelystad kun je nog weleens verkeerd rijden. Met tegenwind op de verschrikkelijke Oostvaardersedijk is het ook oppassen. Hoeveel kilometer is hij ook alweer en wanneer buigt hij af naar het Oosten? En dan hebben we ook nog dat onlangs verbouwde Almere Beach. Dat lullige strookje waterkant ten zuiden van Almere is belangrijk bij het eindspel. Het is de plek waar de finale van de wedstrijd zich gaat afspelen. Dit keer is de finish eerder geplaatst, namelijk op de Hollandse Brug. Dat is altijd tricky. Een van de tradities bij de IJsselmeertocht is dat deze finishplaats, zelfs tijdens de koers, nog eens kan veranderen. Ook nu weer stond op de site “De Maxisbrug”, terwijl in een – voor de tocht opgericht mailgroepje – steeds sprake was van de Hollandse Brug. Dat is weer echt des Trappists en hoort bij een wilde fietsclub. Anarchie viert hoogtij. Als je wilt winnen kan het geen kwaad om zelf wat huiswerk te doen. In het verleden van mijn IJsselmeertochten (ik reed er zo’n stuk of vijf) heeft het zogenaamde ‘Almeerder Strand’ altijd voor verrassingen gezorgd. Wat heb ik niet allemaal voor mijn wiel gehad tijdens de eindsprint naar de brug. Een frietkar die aan het manoeuvreren was op het fietspad om een goede plek te bemachtigen aan de waterkant. Een roedel vogelaars die het nodig vonden om allemaal op een rij op het fietspad hun statieven te plaatsen om een of andere vogel te spotten. Een kudde kort en pittig gekapte huisvrouwen van de Libelle vakantieweek die luid kakelend met hun plastictasjes het fietspad versperde. De kroon spande tot nu toe het Dancefestival Defqon, ergens in 2010. De organisatie had het fietspad op de IJmeerdijk veranderend in een afgerasterde oprijlaan tot de toegangspoort van het festival.  Wisten wij veel toen we met een kopgroep aan kwamen jakkeren, op zoek naar een doorgang richting de Maxisbrug. Nietsvermoedend zigzagden wij met zo’n vaartje van 45 km/u tussen de dronken festivalgangers, die schaars gekleed op het fietspad liepen. Wel gek dat de hekken links en rechts geblindeerd waren, dacht ik nog. Uiteindelijk kwamen we tot stilstand bij het met grote harten gedecoreerde  toegangshek van het muziekfestival Defqon. We zaten muurvast. Als katten in het nauw want het laatste stukje fietspad was in een fuik veranderd. Er kwamen al twee bomen van kerels met ‘oortjes’ op ons afgelopen. Ik vergeet mij leven niet hoe Leendert van der Pot slim een hek opzij schoof, zijn fiets er tussendoor wurmde en via een open stuk terrein weer op het fietspad wist te komen. Iedereen luid vloekend achter hem aan. Jaja, dat waren nog eens tijden. Als je een tijdje bij de FC Trappist fietst, kent de traditie: de IJsselmeertocht is de enige wedstrijd die de ‘wilde’ fietsclub van Amsterdam echt eer aan doet.

Bert Z. maakt de blits met maar liefst 3 bananen

Om 06.45 klikken mijn fietsschoenen, in de verder doodstille straat, galmend in mijn pedalen. Op naar Amsterdam CS. Ik moet flink doortrappen want er wordt natuurlijk niet gewacht. In die zin is de wedstrijd al begonnen. Eigenlijk gisteren al toen een nieuwe deelnemer via de mailgroep zich afvroeg waar de finishlijn was op de Hollandse Brug. Het antwoord was zo cryptisch dat niemand er wijzer van werd.
Op het pleintje bij de Pont staan ze, de Trappisten die zo gek zijn om 260 km rond het IJsselmeer te fietsen: Mart, Leendert, Bert, Jan Maarten, Djoen, Rinus, Jan. Maar ook Koen D. met vriendin, Jack en oudgedienden Lucas en Ricardo.  Zelfs relatief nieuwe renners als Sander (won Zandvoort dit jaar) en Bart B in hun bekende WVA-pakjes staan bij de pont te trappelen in de ochtendzon.  Een bont gezelschap waarmee je alle kanten uit kan. Hardrijders, sprinters. Sluwe en domme renners.Bert maakt de blits door maar liefst 3 bananen met tape in zijn frame te verstoppen. Mart maakt zijn droge grappen over het ‘pleziertochtje’ waar we aan gaan beginnen. Jan Repko gaapt, zijn mond wijd open Djoen vraag zich af waarom hij hier in godsnaam aan begonnen is.

Precies 07.00 uur rijden we rustig keuvelend naar Purmerend. Niet harder dan 30 km/u, het gezellige tempo van de toerrijders van de Trappist. Verder naar het Noorden langs de Oostdijk. Van Oosthuizen naar Hoorn, Benningerbroek. Jezus, dit is wel een uithoek van Nederland. Na ‘Lambertschaag’ wordt de bebouwing nog minder. Weids akkerland.  Hier en daar de karakteristieke vierkante stolpboerderijen-  de piramides van West-Friesland. Het is toch allemaal een beetje benepen. Je kunt niet ver kijken. Friesland is mooier.

Een onmetelijke lange rij populieren langs de provinciale weg geeft de richting naar het Noorden aan. We volgen op een afstandje de A7. Ik zie een wegwijzer met een bordje ‘Opperdoes 3 km’. Plotseling realiseer ik mij dat de aardappelen waar mijn moeder zo dol op was, naar een plaatsnaam zijn vernoemd. De saaiheid van het landschap en het gebrek aan tempo zorgen voor nog meer zinloze gedachten. Zou ‘Eigenheimer’ ook een plaats zijn? Ik baal een beetje van dat gesukkel en gebrek aan versnellingen.  Mijn fietshouding wordt anders. Ik zit meer rechtop. En dat voel ik na een uurtje peddelen in mijn rug. Ik doe in ieder geval zo min mogelijk kopwerk. Dat lukt aardig.
Uit verveling probeer ik mij de wedstrijd in te beelden die komen gaat na Bolsward. Dat is veel leuker dan over aardappelen denken. Noordwestenwind betekent naar Lemmer wind mee. Daar zal niemand ontsnappen. Zeker als je weet dat er een brug open kan staan. Na Lemmer krijg je een soort niemandsland; wegen aangelegd met een liniaal tot de Ketelbrug. Door de lege NoordOostpolder kun je goed gang maken, kop over kop.  Maar dan krijgen we die gekke Ketelbrug. Ook deze brug kan wel eens opengaan.  En dan het fietspad dat zo’n opmerkelijk bocht naar beneden maakt. Met een slagboom en een nauw hekje waar maar een renner door past. Dat kan een breekpunt zijn. Daar reden we een keer Leendert Pot eraf, die vanaf Bolsward geen meter kopwerk had gedaan. Hij zat helemaal achteraan en toen hij afremde, om door het hekje te gaan, gingen de renners vooraan keihard rijden. Dat is heel gemeen. Heerlijk om dan achterom te kijken en Pot steeds kleiner te zien worden aan de horizon. Maar ik had zelf toen net iets te vroeg gejuicht. Een paar kilometer voor Lelystad, bij de immense elektriciteitscentrale, klapte mijn band. En toen stond ik ook plotseling moederziel alleen op de dijk, naast mijn fiets. Een paar schapen keken mij verstoord aan. Ik zag de kopgroep steeds kleiner worden.
Dat was 10 jaar geleden. Hoe zal het dit keer gaan?
We rijden nu nog op het oude land richting Den Oever en buigen licht af naar rechts; in de verte zie ik de zee. ‘Thalassa, Thalassa’ roep ik naar Djoen.
Tjee, dat is snel gegaan. We zitten nu al op 90 km. Afgezien van wat rugpijn door het rechtop zitten, voel ik mij prima. Ik begin er zin in te krijgen. De Afsluitdijk is 32 km lang. Naar Bolsward is het nog 20 km draaien. Dan koffie.
Wanneer we de Stevinsluizen, het begin van De Afsluitdijk, naderen moeten we plotseling halthouden. Sander B. heeft namelijk een afloper, hoor ik van achteruit. Ik betrap mezelf erop dat ik denk: ‘Mooi zo, Sander heeft materiaalpech’. Sander is een directe concurrent. Op Zandvoort waren we in de laatste ronde met zijn tweeën weg. Eerst goed samenwerken maar toen reed hij van mij weg op het laatste heuveltje voor de Tarzanbocht. Hij werd 1e en ik 2e. De eerste verliezer. Sander is beresterk, vooral bij een paar kilometer hardrijden heeft hij niemand nodig. Dus ik kan hem missen als kiespijn.

Sander kan zijn tubeless band snel repareren en we zetten koers over wat vreemd genoeg toeristen bij hun bezoek aan Nederland een ‘point of interest’ noemen – De Afsluitdijk. In  de strikte zin van het woord eigenlijk De Afsluitdam had moeten heten want het is geen dijk. De lange geasfalteerde richel met stenen in open zee spreekt ook mij nog tot de verbeelding, eerlijk gezegd. Het heeft wel iets typisch Hollands: dat gevecht tegen het water; zonder geavanceerde meetapparatuur in 1927 zo’n dijk neerleggen. Dat is wel een staaltje Hollandse meetkunde. Ruig werkvolk (de steenzetters) die tegelijk van de ene kant en de andere kant naar elkaar toewerken. Exact in het midden uitkomen. Geweldig. Ik herinner mij zwart-wit beelden van het Polygoonjournaal. En dan de stem van P. Bloemendaal die spreekt over het  ‘dichten van het laatste gat’.  Dat kan helemaal niet, bedenk ik mij tegelijk. In de jaren ’30 was er nog geen geluid. Ook geen P.Bloemendaal.
Gelukkig komt Koen D. naast mij fietsen. Dat betekent afleiding. Ik ken hem alleen van veldrijden in de winter. Het is een Belg, met een grappige tongval en een ironische blik. Ik vraag hem wat een Belg van De Afsluitdijk vindt. Het is toch ‘de Manneke Pis van Den Oever’, zeg ik gekscherend. Koen is hier inderdaad een keer met zijn Nederlandse vriendin speciaal vanuit Amsterdam naar toe gereden om de attractie te bekijken. ‘A wel,’ zegt Koen, ‘voordat ik in de gaten had dat ik er was, was ik er al aan voorbij…’
Wanneer we langs het Vlietermonument en het standbeeld van C. Lely  rijden wil ik Koen, chauvinistisch als ik ben, nog uitleggen dat dit gebouwtje door Dudok in 1932 is ontworpen (in Franklin L. Wright-stijl) , met een beeldhouwwerk van Hildo Krop, je weet wel, van die marxistische tuinkabouters uit Zuid. Maar wat bezielt mij in godsnaam? Ik ben hier om te fietsen. Dat blijft het nadeel van dat toertempo. Je dwaalt maar af met je gedachten. Ik moet mij focussen.

Ik zie de kust van Friesland. We rijden, nu eindelijk met een vaartje van 32 km/u omdat Bert op kop fietst, de dijk af, de groene weilanden in.  Nu naar rechts afbuigen en nog 20 km naar Bolsward, het Friese Elfstedendorp.
In Bolsward aangekomen drinken we koffie, legen we onze blaas en vullen we onze bidons. Na deze verplichte pauze is het eindelijk feest. Vol gaan, als je wilt. Alles mag.  Nu nog even naar de lulverhalen van Bert en Mart luisteren (weet je nog die keer dat renner X verkeerd reed daar en daar en dat renner Y ontsnapte bij Emmeloord maar moest wachten bij de Ketelbrug die plotseling dicht was. Of die keer dat we…). Dat is ook traditie, dat oeverloze gelul. Evenals de plek waar we zijn neer gestreken: Hotel Wijnberg. Een oude Friese herberg. Obers in het zwart. Houten lambriseringen, gecapitonneerde lederen banken, halfbevroren appeltaart met te veel slagroom. Dat werk. Ricardo bestelt een absurd groot broodje zalm. ‘Omdat Jo de Roo altijd heel goed reed op Omega-vetzuren’. Sander begint op het terras pontificaal zijn tubeless voorband te voorzien van een witte smurrie.

Ik bestel uit angst voor hongerklop nog maar een bevroren stuk appeltaart. Jan Maarten koopt bij de plaatselijke groentewinkel een grote tros bananen die snel van het ene tafeltje naar het andere gaat. Jan Repko richt zich op en laat een knetterende wind. Bert bestelt een espresso en een thee. Wat een vreemde combinatie.
Ik bekijk dit vrolijke Bruegheliaans tafereel op een afstandje en maak een foto voor Instagram. In een keer zie ik dat de omschrijving ‘Middle-aged Man in Lycra’ (Mamils) hier heel goed van toepassing is. De meesten kaal, vouwen in het gezicht, armpjes met los vel. Maar die blikken spreken boekdelen. Allemaal vastbesloten om er niet af te waaien dit keer.  Djoen heeft de eerste 140 km niet goed verteerd. Hij kijkt een beetje hol. Dat is de eerste die eraf gaat vallen, schat ik in.

Nu gaat het dan eindelijk beginnen. Er wordt afgerekend en Bert benadrukt nog eens in de groep dat er nu niet meer gewacht wordt.
‘Jaha, Bert…ga nou maar.’
Meteen pakt hij de kop en rijdt met een vaartje Bolsward uit. De hele groep sluit aan en we rijden in een mooi lint door het Friese landschap richting Sneek. Overal waar je kan kijken, uitgestrekte weiden. Hier en daar zo’n rechthoekige stelpboerderij, als een enclave in de verder groene woestenij. Masten met witte zeilen die surrealistisch door het gras voortbewegen. Een stuk mooier dan West-Friesland.

Hoeveel bruggen zit er tussen Bolsward en Lemmer?

Het gaat netjes kop over kop, we zijn met 15 man en 1 vrouw. In stadjes zoals Sneek is het oppassen geblazen want dan gaat Bert ongevraagd voorop rijden. Zogenaamd omdat hij de weg goed kent maar ik weet wel beter. Hier begint zijn spelletje van plotseling een steegje inschieten, een plein diagonaal oversteken om renners af te schudden. Of hij maakt gebruik van barrières die zich spontaan langs de route voordoen. Een stadsbus die stilstaat en de weg versperd. Na Sneek, we zitten op  155 km, zijn we wonderwel nog bij elkaar. De wind speelt ook een rol. Het trappen gaat makkelijk. Er zijn wat ontsnappingen maar dat stelt niets voor. Iedereen weet dat we nog een paar vaarten gaan kruisen met bruggen; de kans dat er een dicht, is groot. Ik probeer ze te tellen: bij Heeg de Jeltesloot, dat is 1, bij Woudsend steken we nog een vaart over. Op de hoogte van Sloten steken we natuurlijk het Prinses Margrietkanaal over. Daar heb ik vaak gezeild. Dat is 3. Een rotbrug want hij is vaak dicht. Komen er daarnaar nog meer? Bart Bijvoet denkt van niet want ik zie hem steeds verder uitlopen. We laten hem gaan. Ik denk: is dit de eerste keer, Bart? Weet je dan niet dat alles wat je hier extra doet voor niets is?
We rijden nu op de hoogte van Woudsend. Dat is brug 2. Hij is gewoon open, we hoeven niet te stoppen. Het gaat nu hard. Ik zie dat Koen D. met vriendin er afwaaien. En vooraan is het ook onrustig. Ontsnapte Bart is al niet meer te zien. Toch gaat niemand achter hem aan.

Ik herinner mij hoe ik bij mijn eerste IJsselmeer hier samen met JM de mist inging. Het was volgens mij 2008 of 2009. We ontsnapten met zijn tweeën op de N354 richting Lemmer. Ik wist wel dat er bruggen waren maar ik dacht dat we ze allemaal gehad hadden. We waren goed weg en bleven weg. We hadden wind tegen en het peloton had duidelijk geen zin om ons terug te pakken. We reden keihard door de Friese wind, kop over kop.
‘Hoeveel kilometer is het nog eigenlijk tot de Maxisbrug,’ vroeg JM mij met overslaande stem, terwijl er grote snotkegels langs zijn wang liepen.  ‘Zo’n 110 km maar’ schreeuwde ik in de wind.  ‘O,’ zei JM, ‘dat gaan we zeker halen.’  ‘Natuurlijk,’ zei ik. We draaiden nog 10 min verder en toen zagen we in de verte een groot flatgebouw. Bij nader inzien bleek dit de dichte brug te zijn over het Prinses Margrietkanaal. We konden niet verder. Alle extra energie die we in de ontsnapping hadden gestoken, zagen we langzaam weglopen, het Prinses Margriet kanaal in.  We durfden nauwelijks achter ons te kijken want daar kwam het peloton aan fietsen, iedereen met een brede glimlach op het gezicht.
‘Zo jongens, is de brug dicht?’

Dit keer is de brug over het Prinses Margrietkanaal gewoon open dus we gaan naar links het kanaal over. Zou Bart een gaatje hebben? Ik stel mezelf gerust met de gedachte dat hij in zijn eentje echt niet 43 km/u kan blijven rijden, gedurende de resterende 110 km tot de Maxisbrug of was het nu Hollandse Brug? En ja hoor: daar komt brug 4, de Follegasloot. Bart B. staat voor de slagboom een beetje schuchter te lachen. Hij trekt zo’n gezicht van ‘ja, jongens, eigenlijk wist ik het wel’. Het peloton komt grijnzend tot stilstand voor de brug.
Je merkt nu, we zitten op 160 km, dat langzaam de beschaving weg trekt uit ons gezelschap. Wachten op de brug betekent een unieke kans om te plassen. Meteen staan er drie renners ongeneerd tegen het bord ‘Follegasloot’ te wateren, een andere renner leegt gewoon op straat zijn zakken met lege reepverpakkingen, waarschijnlijk op zoek naar zijn laatste volle reep.

Er klinken scheten, gerochel. En Djoen ziet steeds grijzer. Het interesseert niemand dat er ook gewoon nette fietstoeristen voor de slagboom staan te wachten. Beschaving is maar een dun laagje. Nog een gedwongen stop voor een brug en een renner doet gewoon zijn koersbroek uit en gaat zonder schroom zitten kakken. Inmiddels is door het openhoudt Koen met vriendin ook weer aangesloten. De boel is weer bij elkaar.
Het peloton trekt weer op gang. Bert rijdt weer op kop door Lemmer. Ook hier is iedereen beducht op onverwachte moves van onze razende roeland. Ook bedenk ik mij dat Bert in deze rol van gids ieder geval meer trapt dan de rest en dat is een prettige gedachte. Het kost hem in ieder geval veel energie, die onzin. Maar de verrassingen vallen mee. We rijden alweer in de buitenwijk van Lemmer, langs een grote grijze hal van een jachtenbouwer. Ik zie een bordje Emmeloord. We verlaten het oude land en rijden door de lege polder, langs weer zo’n weg met ratelende populieren en kaarsrecht. Djoen begint hier verrassend steeds meer kopbeurten te doen. Hij trekt er hard aan. Een wanhoopsoffensief? Waarom?

We zoeven met zo’n 45 km/u door de Noordoostpolder. Midden in Emmeloord moeten we plotseling stilstaan voor een rood stoplicht want een drukke provinciale weg kruist onze route. Onze voorrijder staat parmantig als een pauw rechts vooraan te wachten, met een voet op de trapper. Hij kan niet door rood rijden omdat het voorbijrazende verkeer hem geen gaatje geeft. Ik ga alvast helemaal links staan van de smalle weg, zodat ik meteen kan vertrekken. Het peloton verzameld zich in een lange wachtrij achter Bert. En ja hoor. Nog voor het licht op groen gaat schiet Bert naar voren. De eerste renners steken ook over maar het licht gaat alweer op rood. Ik sluit makkelijk aan maar als ik achter mij kijk zie ik Leendert en Lucas machteloos staan wachten achter een passerende vrachtwagen. Bert zet er meteen de sokken in. Die zijn we kwijt. Net zoals Koen en vriendin. En Jack.

Het is weer het verhaal van de 10 negertjes. We rijden in een kopgroep van Rinus, JM, Mart, Bert, Jan Repko, Djoen, Bart Bijvoet, Sander en ikzelf richting de Ketelbrug. Na Emmeloord buigen we iets af naar het Westen. Ik merk dat we hier de wind niet meer in de rug hebben. Zelfs een beetje tegen. Ik stel me zo voor dat als we weer naar het Zuiden rijden langs de dijk naar Lelystad,  dat we daar dan wel die wind half in de rug hebben.  Als je dus nog wilt ontsnappen met een kleiner groepje dan moet het hier ergens gebeuren, met wind tegen. Dat kost veel energie maar is wel effectief. Sla je een groot gat dan krijgen de achtervolgers dat niet meer dicht, na de bocht naar links, omdat je als voorste groep alweer wind mee hebt op dit stuk. Een psychologisch mokerslag. Maar wanneer plaats je die ontsnapping? Ik besluit te wachten tot de Ketelbrug. Die zorgt altijd voor wat stress. Als je boven op de brug fietst maakt je een onlogische haarspeldbocht naar links, die onder de weg leidt waar je overeen gefietst bent en je uiteindelijk op het buitendijkse fietspad brengt richting Lelystad.  Hier reed Bert een keer zomaar het talud af om af te snijden. Bovendien kom je op het fietspad langs een slagboom, kan ik mij herinneren, met een nauwe doorgang. Allemaal factoren waardoor de boel tot stilstand komt. Hier raakten we ook Leendert een keer kwijt die alleen maar aan wieltjeszuigen was. Leendert was er niet op bedacht dat hij als laatste door het nauwe hek, het wiel van zijn voorganger even kwijt zou raken.  Nee, de Ketelbrug zorgt altijd voor vuurwerk. Ik wacht.
En ik word op mij wenken bediend want de onrust begint al voor de brug. Nu alleen maar goed opletten. Mart plaatst een demarrage op het langzaam klimmend fietspad richting de hoge brug over het Ketelmeer. De demaragge ziet er knullig uit. Hij pakt hoogstens 50 meter en ik rij op kop van het groepje waar hij van weg wil rijden. Ik test mijn benen. Met een korte versnelling breng ik de groep weer terug tot 20 meter bij Mart, ik kan hem alweer bijna aanraken maar ik laat hem even spartelen tegen de wind in. Ook Mart zijn bordje moet eerst leeggegeten worden. Mart blijft op 15 meter voor ons op de brug rijden en begint te dalen. Nu die haarspeldbocht terug naar de dijk. Beneden zie ik badgasten op een parkeerplaats op ligstoelen van de zon genieten. Ik zie Mart van bovenaf op een T-splitsing beneden afrijden. Links of rechtsaf. Ik hoor het hem denken. Achter mij zegt iemand: ‘We moeten Mart wel terugpakken…’ Waarop ik de stem van zijn goede vriend Bert Z. hoor zeggen: ‘Welnee, laat maar gaan. Hij rijdt toch fout.’
En ja hoor: bij de t-splitsing gaat Mart naar rechts, terwijl we naar links moeten. JM begint hard te lachen als wij naar links draaien en Mart even verderop ontdekt dat hij als de sodemieter moet omkeren. We komen bij de slagboom, piepen door de hekjes en rijden onder de viaduct door van de Ketelbrug. Nu zijn we op het lastige stuk. Wind halftegen en buitendijks. Ik hoor het IJsselmeer tegen de basaltblokken aan klotsen. Ik kijk achter mij. Mart heeft weer met een rood hoofd kunnen aansluiten. Bert rijdt helemaal achteraan en begint te eten; hij haalt een van zijn met tape aan het frame gebonden bananen tevoorschijn. Iedereen rijdt met een paar meter tussen en voor elkaar.  De organisatie is volledig uit de groep.
‘Dit is het moment,’ denk ik. JM rijdt voor mij en is ook aan het eten. Hij heeft zijn mond vol met ontbijtkoek.  Ik fluister tegen hem: ‘We moeten hier wegrijden. Sander en Jan Repko meelokken’. JM mompelt onverstaanbare dingen. Ik kijk in een gat met bruine smurrie. Ik ga gang maken. Eerst rustig aan. Ik voel dat JM mijn wiel kiest. Ik heb superbenen want ik heb nog niet veel extra’s gedaan. De wind is stevig hier. Toch rijden we 37. Ik kijk achter mij. Ze laten ons gaan. Ik zie Bert heel in de verte achter ons met Bart. Djoen zie ik al niet meer. Ik weet nu al dat ze dit niet gaan dichtrijden. Voor het allerlaatste groepje spartelt Mart in de chasse-patat. Hij rommelt wat met zijn bidons. En daarvoor zitten weer Jan Repko, Bart en Rinus. Ze beginnen kop-over-kop te draaien. Zij beseffen nu dat dit ‘de’ ontsnapping is, niet ‘een’.  JM schreeuwt tegen mij, met lege mond, ‘niet meer kijken, Marlin: rijden godverdomme’. En ik sleur op kop tegen de wind in, soms 40 km/u.  Na 5 min kijk ik toch even naar het slagveld achter mij. Bert, Bart en Djoen zijn niet meer te zien. Het groepje met Rinus, Repko en Sander komt dichterbij, Mart hangt daar nog steeds zo’n 15 meter achter. Ik roep tegen JM: ‘We laten ze aansluiten, dan kunnen we dubbel waaieren, behalve Mart. Die moet er af’. Op het moment dat Rinus, Repko en Sander aansluiten vormen we direct een mooie waaier, tegen de halve tegenwind. Het is een beetje een draaiende vijfhoek. Dicht bij elkaar en snelle wissels. De wind suist om mijn kop. Deze 5 renners hebben goesting. Nog 1 keer kijk ik om als ik van kop af ga. Ik zie Mart op zo’n 10 meter van onze waaier rijden. Hij trekt het gezicht van een oorwurm. Daarna kijk ik niet meer.

We rijden nu al weer een tijdje met de wind half mee. De IJsselmeerdijk is licht naar het zuiden afgebogen. We komen met de waaier weer boven de 40 km/u. Het is iets minder zwaar. Ik zie in de verte de elektriciteitscentrale van Lelystad. Nog steeds heb ik nog niet achter mij durven te kijken maar nu waag ik het er op. De dijk is leeg. Geen fietser te bekennen. Het is gelukt. Niemand heeft het dicht kunnen rijden. Bert heeft Mart waarschijnlijk opgeveegd en nu rijden ze huilend naar Almere. Voor Jan Joker. Ik geniet met volle teugen, alleen al van de gedachte dat onze specialist Bert op zijn nummer is gezet. De winnaar van IJsselmeer 2017 komt uit dit groepje!
Ik bekijk mijn tegenstanders. JM kan ik hebben. Maar Rinus en Jan Repko (helemaal berg op) zijn veel betere sprinters. En dan ook nog Sander – die kan alles en heeft waarschijnlijk ook de beste duurconditie. Bij Zandvoort kon ik hem niet houden, zeker bergop niet. Maar dat is voor later. Nu eerst proberen zo min mogelijk energie kwijt te raken tot Almere. Blijven drinken en eten. En dan ergens voor het Almere strand proberen te ontsnappen en een ‘Martje’ proberen.  Zo’n 3 km voor de finish ontsnappen. Iedereen het idee geven dat je dat dus nooit gaat halen en het dan wel halen omdat niemand durft te volgen… Het is daar wind mee.

We rijden langs de Oostvaarderseplassen. Het gaat vlot. Af en toe versnel ik op kop als Sander in mijn wiel zit. Hij begint te klagen dat als ik overneem ik niet moet accelereren. Interessante informatie want dat doet hem kennelijk pijn. Bij Jan en JM is het beste ervan af. Rinus heeft inmiddels zijn eeuwige glimlach afgedaan. Hij kijkt een beetje zuinig. Die blik ken ik niet van hem. Ik moet nu mijn plan trekken en niet twijfelen. Als ik helemaal achterin de waaier zit kan ik even onhoorbaar met JM kletsen. ‘Als we nu bij de patatkraam in de bocht wegrijden’, fluister ik, ‘dan hebben we wind vol mee naar de Hollandse brug!’ . JM mompelt geërgerd. ‘Welke patatkraam? Ik ken geen patatkraam daar…’. ‘Je weet wel, die met die generator,’ probeer ik nog maar JM schuift alweer naar voren, richting een aflossingsbeurt. Volgens mij heeft hij geen zin om weg te rijden.

We naderen het punt waar de Oostvaardersedijk een flinke bocht naar links maakt. Daar hebben we windje mee. In het midden van het IJmeer zie ik Fort Pampus liggen. Aan de overkant van het water zie ik in de verte de contouren van de Rembrandttoren. Sander demarreert. JM en Rinus reageren direct. Ik rij er rustig naar toe met Jan Repko in mijn wiel. Dan probeert JM het een keer. Het zijn allemaal zinloze pogingen. We blijven bij elkaar. Ik kijk Rinus aan. Hij zegt: ‘Jongens, gaan jullie maar, ik zit kapot…nog zo’n actie en ik ben gezien…’ We passeren de patatkraam. Ik ga provocerend zo’n 10 meter voor het groepje rijden, zonder te versnellen. Ze laten mij even hangen. Dan geef ik vol gas, mijn teller raakt de 49 km/u en ik blijf rijden. Ik ben los. Ik kijk niet om. Ik rij door. Het is nu 3 km met pijn rijden –het kan mij niet verdommen. Ik hou mijn teller op de 45, dat gaat makkelijk met wind mee. Ik voel mijn kuiten protesteren. Kramp… jammer dan. Ik zie dat voor mij het fietspad oversteekt en, rechts van de weg, buitendijks verder gaat. Ook dat nog. Een linke manoeuvre. Ik rem, zwiep net voor een auto de weg over en zwiep weer naar links. Ik hoop dat nu alle dagjesmensen in een grote file mijn achtervolgers de weg versperren. Ik versnel naar mijn oude snelheid: 45, dat hou ik wel even vol met dat windje mee. Ik zie in de verte de Hollandse Brug, de finish. Goddomme, wat is die rotbrug nog klein en dus nog ver! Ik ben te vroeg gegaan… bedenk ik angstig. Ik kijk achter mij. Niemand. Dat gaat goed. Ik zie de jachthaven van Almere naderen. Ik merk dat ik mijn snelheid niet kan houden. Ik zak naar 43… 42… Ik kijk weer achterom. Godverdomme. Ik zie een klein wit stipje mijn kant opkomen. Het is de lelijke witte helm van Sander. Hij heeft gelukkig niemand in zijn wiel maar hij komt dichterbij. Kut, kut en nog eens kut. Ik probeer harder te rijden maar dat lukt niet. Ik voel me aangeschoten wild. Ik zak naar 40. Nu rustig blijven. Ik kom op het punt dat je zogenaamd omgeleid wordt in verband met verbouwingen op het Almeerder Strand. Volg bordje 7, had Aad nog gemaild. Mooi niet. Ik rij tussen twee brede betonnen palen heen en blijf het fietspad volgen. Ik kijk om en zie Sander komen. We spreken niet. Ik ga in zijn wiel zitten. Ik heb hier al een keer gereden bij een rondje Markermeer. Zo houdt de weg op maar je kunt honderd meter over hard zand fietsen en dan kom je weer op een betonnen pad.  Misschien schrikt Sander dat de weg ophoudt. Ik neem over.  Ik zie het hek over het fietspad en spring van de fiets. Er ligt een flinke rioleringsbuis in het zand en daar spring ik met de fiets aan mijn hand over. Sander doet achter mij hetzelfde. Voor ons een familie die met kinderen door het zand lopen. Zij schrikken zich dood van twee fietsers die plotseling uit de struiken te voorschijn springen. Ik loop om de scheldende mensen heen; ik spring weer op de fiets maar ik krijg niet snel genoeg mijn fietsschoen in de klikkers. Ik trap er een keer naast. Sander hoor ik in een keer klikken en hij zoeft langs mij. Nu is het gebeurd. Eindelijk vindt mijn schoen de klikker. Maar Sander heeft al 20 meter. Ik ben gezien. Ik probeer nog te versnellen en naar hem toe te rijden. Maar hij duikt al onder het viaductje door op weg naar de beklimming van de Hollandse Brug. Ik passeer de viaduct en stuur naar rechts. Ik zie Sander bij het bord Hollandse brug/IJmeer al stilstaan. Op mijn gemak rij ik omhoog. Ik schud hem de hand.

‘Goed gereden,’ hoor ik mezelf zeggen.
‘Dank je,’ zegt hij. ‘Zaten we weer met zijn tweeën in de finale. Haha…’
Dan hoor ik achter mij Jan Repko, JM en Rinus binnenkomen.
We rijden met zijn allen de brug af, richting Muiden. We praten na over de koers. Ik hoor dat JM, Jan en Rinus geen puf meer hadden om mee te gaan met Sander. Als Sander er dus niet was geweest had ik zeker gewonnen. Een beetje wezenloos kijk ik om mij heen. Ik zie het vertrouwde silhouet van het Muiderslot.  Nog maar 10 km tot het eerste biertje op een terrasje in Amsterdam.
Volgend jaar weer.

>> Routefilmpje Relive/Strava 

>> Verslag van mijn IJsselmeertocht 2007

 

Gepost in FC Trappist, Zen | Getagged | Comments Off on Aangeschoten wild op de IJmeerdijk

Ganzenveer of smartphone

Rond 2010 was ik er nog heilig van overtuigd: het schrift, boek en schoolbord leggen het af tegen de zegeningen van digitaal onderwijs. Tot in de diepste krochten van onderwijsland probeerde ik met dit blog ongelovigen te kerstenen. Ook richting mijn eigen kinderen was ik een missionaris. Ik liep met mijn dochter rond op de open dag van haar school. Digitaal onderwijs, online leren, wrts, iPad-schoolIn het lokaal Frans lieten we met verbazing onze vingers over het smartboard gaan. In een letterwolk stonden woordjes verborgen. Elke keer dat wij een woord vonden klonk een hemels trompetgeschal. Ik wist het zeker: het zal niet lang meer duren of leerlingen maken uitsluitend op een computer huiswerk.

Digitaal onderwijs? Schrijven en typen hebben een verschillend effect op het brein

Nu zijn we zes jaar verder. Ik zit tegenover mijn jongste zoon aan de keukentafel. Natuurlijk zit hij op een iPad-school. Hij heeft morgen een toets voor Frans. Hij heeft de stof nog niet in zijn vingers.
‘Je bent een oude zak, papa,’ klinkt het nijdig als ik hem voorstel nog een keer de woordjes in zijn schrift uit te schrijven. Hij zegt triomfantelijk:
‘Ik heb alle woordjes al in WRTS geoefend en ik had een acht. Wil je dat ik soms weer met een ganzenveer ga schrijven? Duh!’
WRTS is een briljante applicatie. Je vult op een webpagina bijvoorbeeld het Franse woord in het ene en de Nederlandse vertaling in het andere veld in. Zo genereer je een woordenlijst die op verschillende manieren getoetst kan worden: meerkeuze-vragen, puzzelen of spelling. Voor de zekerheid vraag ik hem toch het woord disparaît op te schrijven, gewoon op papier met een pen. Mopperend gaat hij aan de slag. Hij vergeet het dakje op de i. Ik voeg het dakje toe maar hij zit al weer op zijn tablet naar een YouTube-filmpje te kijken.
Op het web lees ik herhaaldelijk dat neurowetenschappelijk onderzoek aantoont dat schrijven en typen een verschillend effect hebben op ons brein. Verder aandringen bij dit puberende brein doe ik maar niet. Ik ga naar zolder op zoek naar de kroontjespen van mijn opa. Ik heb een nieuwe missie. Met mijn neus tussen de spinnenwebben krijg ik een bericht op mijn smartphone.

‘Dakje op i in Franse taal = afgeschaft. Ik had het dus toch goed, ouwe!’

 

 

 

Gepost in digitaal onderwijs, onderwijs, online leren | Getagged , , , , , | Comments Off on Ganzenveer of smartphone