Aangeschoten wild op de IJmeerdijk

06.00 uur. Mijn iPhone zingt vrolijke vogelgeluiden.
Waarom zo vroeg opstaan? Het is vandaag een vrije dag… Hemelvaart. Op Hemelvaart mag heel Nederland in zijn bed blijven liggen. Ik ben vrij.
Mijn vrouw draait zich zuchtend om.
Ik probeer mij te herinneren waarom ik zo vroeg op moet staan. O ja, verdomd. De traditionele ‘IJsselmeer’ van FC Trappist is vandaag! Er wordt vroeg gestart. Zo’n 260 km rond het meer fietsen. Ik moet eruit…
Ik stap onder de douche. IJsselmeer. Eerst met de rem erop naar Bolsward en dan is het koers. Niet zomaar een tochtje. Het is een van de traditionele wedstrijden die mijn fietsclub de FC Trappist uniek maakt. Serieuze, ietwat belegen mannen op middelbare leeftijd veranderen plotseling in wilde pubers tijdens dit rondje. Als hongerige beesten trekken ze door de Friese savanne. Vooral de renners die voor het eerst meedoen aan dit circus schrikken zich rot.  Want het rondje IJsselmeer betekent in de praktijk na Bolsward als een gek achter de rode GER van Bert Z. aanfietsen. Bert heeft van deze Odyssee zijn hobby gemaakt, dat weet inmiddels iedereen binnen de club.  Maar elke keer is het toch verbazingwekkend wat hij allemaal voor rotstreken uithaalt als het koers is na Bolsward. Hij kent elk olifantenpaadje langs de route Lemmer- Almere – Duivendrecht. Hij maakt in het geheim extra kilometers om zich optimaal voor te bereiden. En, zoals hij zelf steeds zegt, ‘omdat het een wedstrijd is, is alles geoorloofd’. In het universum van Bert betekent dit ook dat je plotseling mag afsnijden door een stuk weiland omdat we verderop ‘toch rechtsaf moeten’.  Onverwacht door rood licht rijden om ervoor te zorgen dat een aantal renners niet meer kunnen aansluiten. Bibberige ouden-van-dagen voor hun sokken rijden zodat de weg versperd wordt door omgevallen rollators. Niets is Bert te dol om in deze eerste fase van de wedstrijd het peloton kleiner te maken…Verdomme, het is IJsselmeerdag. Ik moet opstaan…

FC Trappist – IJsselmeer: het echte wielrennen in het klein

Wat een gekke dag eigenlijk om IJsselmeer te plannen, bedenk ik mij verward. Hemelvaart. Dat was vroeger nooit. O ja, nu weet ik het weer. Een paar koekenbakkers uit het bestuur van de club hebben deze mooie tocht uit het programma gehaald. De wedstrijd is sinds dit jaar niet meer officieel en wordt door liefhebbers ‘wild’ georganiseerd. Hoe kan het bestuur de tocht nu afschaffen? Door zijn afstand (260 km) is het een echte wielerklassieker waarbij, veel meer dan de clubwedstrijden in het Westhoffbos, het echte wielrennen wordt nagebootst. Als wielertoerist kun je eindelijk eens fysiek ervaren wat het is om met 250 km in de benen nog een finale te rijden. Hoe tijdens een wedstrijd bijna alles geoorloofd is, behalve elkaar met bidons bekogelen of een fietspomp in het wiel te steken. Hoe je eerst het bordje van iemand anders leegeet, voordat je aan je eigen bordje begint. Hoe een sprinter altijd maar wacht, weinig kopwerk doet en zich dan lelijk kan verkijken op een laatste ontsnapping van een niet-sprinter. Kortom: de jaarlijkse IJsselmeer is het echte wielrennen in het klein.

Mijn vrouwlief geeft mij een por. Je moet opstaan!

Oké, ik spring uit bed. Nog 40 minuten om klaar te staan op bij de Pont achter het CS, de plaats waar iedereen die deelneemt aan de tocht verzamelt. Genoeg eten mee. Bandjes op spanning. En ik moet nog de route checken op Google maps. Op zich wijst het zich allemaal vanzelf. Zeker het eerste stuk naar Bolsward. Maar bij Lelystad kun je nog weleens verkeerd rijden. Met tegenwind op de verschrikkelijke Oostvaardersedijk is het ook oppassen. Hoeveel kilometer is hij ook alweer en wanneer buigt hij af naar het Oosten? En dan hebben we ook nog dat onlangs verbouwde Almere Beach. Dat lullige strookje waterkant ten zuiden van Almere is belangrijk bij het eindspel. Het is de plek waar de finale van de wedstrijd zich gaat afspelen. Dit keer is de finish eerder geplaatst, namelijk op de Hollandse Brug. Dat is altijd tricky. Een van de tradities bij de IJsselmeertocht is dat deze finishplaats, zelfs tijdens de koers, nog eens kan veranderen. Ook nu weer stond op de site “De Maxisbrug”, terwijl in een – voor de tocht opgericht mailgroepje – steeds sprake was van de Hollandse Brug. Dat is weer echt des Trappists en hoort bij een wilde fietsclub. Anarchie viert hoogtij. Als je wilt winnen kan het geen kwaad om zelf wat huiswerk te doen. In het verleden van mijn IJsselmeertochten (ik reed er zo’n stuk of vijf) heeft het zogenaamde ‘Almeerder Strand’ altijd voor verrassingen gezorgd. Wat heb ik niet allemaal voor mijn wiel gehad tijdens de eindsprint naar de brug. Een frietkar die aan het manoeuvreren was op het fietspad om een goede plek te bemachtigen aan de waterkant. Een roedel vogelaars die het nodig vonden om allemaal op een rij op het fietspad hun statieven te plaatsen om een of andere vogel te spotten. Een kudde kort en pittig gekapte huisvrouwen van de Libelle vakantieweek die luid kakelend met hun plastictasjes het fietspad versperde. De kroon spande tot nu toe het Dancefestival Defqon, ergens in 2010. De organisatie had het fietspad op de IJmeerdijk veranderend in een afgerasterde oprijlaan tot de toegangspoort van het festival.  Wisten wij veel toen we met een kopgroep aan kwamen jakkeren, op zoek naar een doorgang richting de Maxisbrug. Nietsvermoedend zigzagden wij met zo’n vaartje van 45 km/u tussen de dronken festivalgangers, die schaars gekleed op het fietspad liepen. Wel gek dat de hekken links en rechts geblindeerd waren, dacht ik nog. Uiteindelijk kwamen we tot stilstand bij het met grote harten gedecoreerde  toegangshek van het muziekfestival Defqon. We zaten muurvast. Als katten in het nauw want het laatste stukje fietspad was in een fuik veranderd. Er kwamen al twee bomen van kerels met ‘oortjes’ op ons afgelopen. Ik vergeet mij leven niet hoe Leendert van der Pot slim een hek opzij schoof, zijn fiets er tussendoor wurmde en via een open stuk terrein weer op het fietspad wist te komen. Iedereen luid vloekend achter hem aan. Jaja, dat waren nog eens tijden. Als je een tijdje bij de FC Trappist fietst, kent de traditie: de IJsselmeertocht is de enige wedstrijd die de ‘wilde’ fietsclub van Amsterdam echt eer aan doet.

Bert Z. maakt de blits met maar liefst 3 bananen

Om 06.45 klikken mijn fietsschoenen, in de verder doodstille straat, galmend in mijn pedalen. Op naar Amsterdam CS. Ik moet flink doortrappen want er wordt natuurlijk niet gewacht. In die zin is de wedstrijd al begonnen. Eigenlijk gisteren al toen een nieuwe deelnemer via de mailgroep zich afvroeg waar de finishlijn was op de Hollandse Brug. Het antwoord was zo cryptisch dat niemand er wijzer van werd.
Op het pleintje bij de Pont staan ze, de Trappisten die zo gek zijn om 260 km rond het IJsselmeer te fietsen: Mart, Leendert, Bert, Jan Maarten, Djoen, Rinus, Jan. Maar ook Koen D. met vriendin, Jack en oudgedienden Lucas en Ricardo.  Zelfs relatief nieuwe renners als Sander (won Zandvoort dit jaar) en Bart B in hun bekende WVA-pakjes staan bij de pont te trappelen in de ochtendzon.  Een bont gezelschap waarmee je alle kanten uit kan. Hardrijders, sprinters. Sluwe en domme renners.Bert maakt de blits door maar liefst 3 bananen met tape in zijn frame te verstoppen. Mart maakt zijn droge grappen over het ‘pleziertochtje’ waar we aan gaan beginnen. Jan Repko gaapt, zijn mond wijd open Djoen vraag zich af waarom hij hier in godsnaam aan begonnen is.

Precies 07.00 uur rijden we rustig keuvelend naar Purmerend. Niet harder dan 30 km/u, het gezellige tempo van de toerrijders van de Trappist. Verder naar het Noorden langs de Oostdijk. Van Oosthuizen naar Hoorn, Benningerbroek. Jezus, dit is wel een uithoek van Nederland. Na ‘Lambertschaag’ wordt de bebouwing nog minder. Weids akkerland.  Hier en daar de karakteristieke vierkante stolpboerderijen-  de piramides van West-Friesland. Het is toch allemaal een beetje benepen. Je kunt niet ver kijken. Friesland is mooier.

Een onmetelijke lange rij populieren langs de provinciale weg geeft de richting naar het Noorden aan. We volgen op een afstandje de A7. Ik zie een wegwijzer met een bordje ‘Opperdoes 3 km’. Plotseling realiseer ik mij dat de aardappelen waar mijn moeder zo dol op was, naar een plaatsnaam zijn vernoemd. De saaiheid van het landschap en het gebrek aan tempo zorgen voor nog meer zinloze gedachten. Zou ‘Eigenheimer’ ook een plaats zijn? Ik baal een beetje van dat gesukkel en gebrek aan versnellingen.  Mijn fietshouding wordt anders. Ik zit meer rechtop. En dat voel ik na een uurtje peddelen in mijn rug. Ik doe in ieder geval zo min mogelijk kopwerk. Dat lukt aardig.
Uit verveling probeer ik mij de wedstrijd in te beelden die komen gaat na Bolsward. Dat is veel leuker dan over aardappelen denken. Noordwestenwind betekent naar Lemmer wind mee. Daar zal niemand ontsnappen. Zeker als je weet dat er een brug open kan staan. Na Lemmer krijg je een soort niemandsland; wegen aangelegd met een liniaal tot de Ketelbrug. Door de lege NoordOostpolder kun je goed gang maken, kop over kop.  Maar dan krijgen we die gekke Ketelbrug. Ook deze brug kan wel eens opengaan.  En dan het fietspad dat zo’n opmerkelijk bocht naar beneden maakt. Met een slagboom en een nauw hekje waar maar een renner door past. Dat kan een breekpunt zijn. Daar reden we een keer Leendert Pot eraf, die vanaf Bolsward geen meter kopwerk had gedaan. Hij zat helemaal achteraan en toen hij afremde, om door het hekje te gaan, gingen de renners vooraan keihard rijden. Dat is heel gemeen. Heerlijk om dan achterom te kijken en Pot steeds kleiner te zien worden aan de horizon. Maar ik had zelf toen net iets te vroeg gejuicht. Een paar kilometer voor Lelystad, bij de immense elektriciteitscentrale, klapte mijn band. En toen stond ik ook plotseling moederziel alleen op de dijk, naast mijn fiets. Een paar schapen keken mij verstoord aan. Ik zag de kopgroep steeds kleiner worden.
Dat was 10 jaar geleden. Hoe zal het dit keer gaan?
We rijden nu nog op het oude land richting Den Oever en buigen licht af naar rechts; in de verte zie ik de zee. ‘Thalassa, Thalassa’ roep ik naar Djoen.
Tjee, dat is snel gegaan. We zitten nu al op 90 km. Afgezien van wat rugpijn door het rechtop zitten, voel ik mij prima. Ik begin er zin in te krijgen. De Afsluitdijk is 32 km lang. Naar Bolsward is het nog 20 km draaien. Dan koffie.
Wanneer we de Stevinsluizen, het begin van De Afsluitdijk, naderen moeten we plotseling halthouden. Sander B. heeft namelijk een afloper, hoor ik van achteruit. Ik betrap mezelf erop dat ik denk: ‘Mooi zo, Sander heeft materiaalpech’. Sander is een directe concurrent. Op Zandvoort waren we in de laatste ronde met zijn tweeën weg. Eerst goed samenwerken maar toen reed hij van mij weg op het laatste heuveltje voor de Tarzanbocht. Hij werd 1e en ik 2e. De eerste verliezer. Sander is beresterk, vooral bij een paar kilometer hardrijden heeft hij niemand nodig. Dus ik kan hem missen als kiespijn.

Sander kan zijn tubeless band snel repareren en we zetten koers over wat vreemd genoeg toeristen bij hun bezoek aan Nederland een ‘point of interest’ noemen – De Afsluitdijk. In  de strikte zin van het woord eigenlijk De Afsluitdam had moeten heten want het is geen dijk. De lange geasfalteerde richel met stenen in open zee spreekt ook mij nog tot de verbeelding, eerlijk gezegd. Het heeft wel iets typisch Hollands: dat gevecht tegen het water; zonder geavanceerde meetapparatuur in 1927 zo’n dijk neerleggen. Dat is wel een staaltje Hollandse meetkunde. Ruig werkvolk (de steenzetters) die tegelijk van de ene kant en de andere kant naar elkaar toewerken. Exact in het midden uitkomen. Geweldig. Ik herinner mij zwart-wit beelden van het Polygoonjournaal. En dan de stem van P. Bloemendaal die spreekt over het  ‘dichten van het laatste gat’.  Dat kan helemaal niet, bedenk ik mij tegelijk. In de jaren ’30 was er nog geen geluid. Ook geen P.Bloemendaal.
Gelukkig komt Koen D. naast mij fietsen. Dat betekent afleiding. Ik ken hem alleen van veldrijden in de winter. Het is een Belg, met een grappige tongval en een ironische blik. Ik vraag hem wat een Belg van De Afsluitdijk vindt. Het is toch ‘de Manneke Pis van Den Oever’, zeg ik gekscherend. Koen is hier inderdaad een keer met zijn Nederlandse vriendin speciaal vanuit Amsterdam naar toe gereden om de attractie te bekijken. ‘A wel,’ zegt Koen, ‘voordat ik in de gaten had dat ik er was, was ik er al aan voorbij…’
Wanneer we langs het Vlietermonument en het standbeeld van C. Lely  rijden wil ik Koen, chauvinistisch als ik ben, nog uitleggen dat dit gebouwtje door Dudok in 1932 is ontworpen (in Franklin L. Wright-stijl) , met een beeldhouwwerk van Hildo Krop, je weet wel, van die marxistische tuinkabouters uit Zuid. Maar wat bezielt mij in godsnaam? Ik ben hier om te fietsen. Dat blijft het nadeel van dat toertempo. Je dwaalt maar af met je gedachten. Ik moet mij focussen.

Ik zie de kust van Friesland. We rijden, nu eindelijk met een vaartje van 32 km/u omdat Bert op kop fietst, de dijk af, de groene weilanden in.  Nu naar rechts afbuigen en nog 20 km naar Bolsward, het Friese Elfstedendorp.
In Bolsward aangekomen drinken we koffie, legen we onze blaas en vullen we onze bidons. Na deze verplichte pauze is het eindelijk feest. Vol gaan, als je wilt. Alles mag.  Nu nog even naar de lulverhalen van Bert en Mart luisteren (weet je nog die keer dat renner X verkeerd reed daar en daar en dat renner Y ontsnapte bij Emmeloord maar moest wachten bij de Ketelbrug die plotseling dicht was. Of die keer dat we…). Dat is ook traditie, dat oeverloze gelul. Evenals de plek waar we zijn neer gestreken: Hotel Wijnberg. Een oude Friese herberg. Obers in het zwart. Houten lambriseringen, gecapitonneerde lederen banken, halfbevroren appeltaart met te veel slagroom. Dat werk. Ricardo bestelt een absurd groot broodje zalm. ‘Omdat Jo de Roo altijd heel goed reed op Omega-vetzuren’. Sander begint op het terras pontificaal zijn tubeless voorband te voorzien van een witte smurrie.

Ik bestel uit angst voor hongerklop nog maar een bevroren stuk appeltaart. Jan Maarten koopt bij de plaatselijke groentewinkel een grote tros bananen die snel van het ene tafeltje naar het andere gaat. Jan Repko richt zich op en laat een knetterende wind. Bert bestelt een espresso en een thee. Wat een vreemde combinatie.
Ik bekijk dit vrolijke Bruegheliaans tafereel op een afstandje en maak een foto voor Instagram. In een keer zie ik dat de omschrijving ‘Middle-aged Man in Lycra’ (Mamils) hier heel goed van toepassing is. De meesten kaal, vouwen in het gezicht, armpjes met los vel. Maar die blikken spreken boekdelen. Allemaal vastbesloten om er niet af te waaien dit keer.  Djoen heeft de eerste 140 km niet goed verteerd. Hij kijkt een beetje hol. Dat is de eerste die eraf gaat vallen, schat ik in.

Nu gaat het dan eindelijk beginnen. Er wordt afgerekend en Bert benadrukt nog eens in de groep dat er nu niet meer gewacht wordt.
‘Jaha, Bert…ga nou maar.’
Meteen pakt hij de kop en rijdt met een vaartje Bolsward uit. De hele groep sluit aan en we rijden in een mooi lint door het Friese landschap richting Sneek. Overal waar je kan kijken, uitgestrekte weiden. Hier en daar zo’n rechthoekige stelpboerderij, als een enclave in de verder groene woestenij. Masten met witte zeilen die surrealistisch door het gras voortbewegen. Een stuk mooier dan West-Friesland.

Hoeveel bruggen zit er tussen Bolsward en Lemmer?

Het gaat netjes kop over kop, we zijn met 15 man en 1 vrouw. In stadjes zoals Sneek is het oppassen geblazen want dan gaat Bert ongevraagd voorop rijden. Zogenaamd omdat hij de weg goed kent maar ik weet wel beter. Hier begint zijn spelletje van plotseling een steegje inschieten, een plein diagonaal oversteken om renners af te schudden. Of hij maakt gebruik van barrières die zich spontaan langs de route voordoen. Een stadsbus die stilstaat en de weg versperd. Na Sneek, we zitten op  155 km, zijn we wonderwel nog bij elkaar. De wind speelt ook een rol. Het trappen gaat makkelijk. Er zijn wat ontsnappingen maar dat stelt niets voor. Iedereen weet dat we nog een paar vaarten gaan kruisen met bruggen; de kans dat er een dicht, is groot. Ik probeer ze te tellen: bij Heeg de Jeltesloot, dat is 1, bij Woudsend steken we nog een vaart over. Op de hoogte van Sloten steken we natuurlijk het Prinses Margrietkanaal over. Daar heb ik vaak gezeild. Dat is 3. Een rotbrug want hij is vaak dicht. Komen er daarnaar nog meer? Bart Bijvoet denkt van niet want ik zie hem steeds verder uitlopen. We laten hem gaan. Ik denk: is dit de eerste keer, Bart? Weet je dan niet dat alles wat je hier extra doet voor niets is?
We rijden nu op de hoogte van Woudsend. Dat is brug 2. Hij is gewoon open, we hoeven niet te stoppen. Het gaat nu hard. Ik zie dat Koen D. met vriendin er afwaaien. En vooraan is het ook onrustig. Ontsnapte Bart is al niet meer te zien. Toch gaat niemand achter hem aan.

Ik herinner mij hoe ik bij mijn eerste IJsselmeer hier samen met JM de mist inging. Het was volgens mij 2008 of 2009. We ontsnapten met zijn tweeën op de N354 richting Lemmer. Ik wist wel dat er bruggen waren maar ik dacht dat we ze allemaal gehad hadden. We waren goed weg en bleven weg. We hadden wind tegen en het peloton had duidelijk geen zin om ons terug te pakken. We reden keihard door de Friese wind, kop over kop.
‘Hoeveel kilometer is het nog eigenlijk tot de Maxisbrug,’ vroeg JM mij met overslaande stem, terwijl er grote snotkegels langs zijn wang liepen.  ‘Zo’n 110 km maar’ schreeuwde ik in de wind.  ‘O,’ zei JM, ‘dat gaan we zeker halen.’  ‘Natuurlijk,’ zei ik. We draaiden nog 10 min verder en toen zagen we in de verte een groot flatgebouw. Bij nader inzien bleek dit de dichte brug te zijn over het Prinses Margrietkanaal. We konden niet verder. Alle extra energie die we in de ontsnapping hadden gestoken, zagen we langzaam weglopen, het Prinses Margriet kanaal in.  We durfden nauwelijks achter ons te kijken want daar kwam het peloton aan fietsen, iedereen met een brede glimlach op het gezicht.
‘Zo jongens, is de brug dicht?’

Dit keer is de brug over het Prinses Margrietkanaal gewoon open dus we gaan naar links het kanaal over. Zou Bart een gaatje hebben? Ik stel mezelf gerust met de gedachte dat hij in zijn eentje echt niet 43 km/u kan blijven rijden, gedurende de resterende 110 km tot de Maxisbrug of was het nu Hollandse Brug? En ja hoor: daar komt brug 4, de Follegasloot. Bart B. staat voor de slagboom een beetje schuchter te lachen. Hij trekt zo’n gezicht van ‘ja, jongens, eigenlijk wist ik het wel’. Het peloton komt grijnzend tot stilstand voor de brug.
Je merkt nu, we zitten op 160 km, dat langzaam de beschaving weg trekt uit ons gezelschap. Wachten op de brug betekent een unieke kans om te plassen. Meteen staan er drie renners ongeneerd tegen het bord ‘Follegasloot’ te wateren, een andere renner leegt gewoon op straat zijn zakken met lege reepverpakkingen, waarschijnlijk op zoek naar zijn laatste volle reep.

Er klinken scheten, gerochel. En Djoen ziet steeds grijzer. Het interesseert niemand dat er ook gewoon nette fietstoeristen voor de slagboom staan te wachten. Beschaving is maar een dun laagje. Nog een gedwongen stop voor een brug en een renner doet gewoon zijn koersbroek uit en gaat zonder schroom zitten kakken. Inmiddels is door het openhoudt Koen met vriendin ook weer aangesloten. De boel is weer bij elkaar.
Het peloton trekt weer op gang. Bert rijdt weer op kop door Lemmer. Ook hier is iedereen beducht op onverwachte moves van onze razende roeland. Ook bedenk ik mij dat Bert in deze rol van gids ieder geval meer trapt dan de rest en dat is een prettige gedachte. Het kost hem in ieder geval veel energie, die onzin. Maar de verrassingen vallen mee. We rijden alweer in de buitenwijk van Lemmer, langs een grote grijze hal van een jachtenbouwer. Ik zie een bordje Emmeloord. We verlaten het oude land en rijden door de lege polder, langs weer zo’n weg met ratelende populieren en kaarsrecht. Djoen begint hier verrassend steeds meer kopbeurten te doen. Hij trekt er hard aan. Een wanhoopsoffensief? Waarom?

We zoeven met zo’n 45 km/u door de Noordoostpolder. Midden in Emmeloord moeten we plotseling stilstaan voor een rood stoplicht want een drukke provinciale weg kruist onze route. Onze voorrijder staat parmantig als een pauw rechts vooraan te wachten, met een voet op de trapper. Hij kan niet door rood rijden omdat het voorbijrazende verkeer hem geen gaatje geeft. Ik ga alvast helemaal links staan van de smalle weg, zodat ik meteen kan vertrekken. Het peloton verzameld zich in een lange wachtrij achter Bert. En ja hoor. Nog voor het licht op groen gaat schiet Bert naar voren. De eerste renners steken ook over maar het licht gaat alweer op rood. Ik sluit makkelijk aan maar als ik achter mij kijk zie ik Leendert en Lucas machteloos staan wachten achter een passerende vrachtwagen. Bert zet er meteen de sokken in. Die zijn we kwijt. Net zoals Koen en vriendin. En Jack.

Het is weer het verhaal van de 10 negertjes. We rijden in een kopgroep van Rinus, JM, Mart, Bert, Jan Repko, Djoen, Bart Bijvoet, Sander en ikzelf richting de Ketelbrug. Na Emmeloord buigen we iets af naar het Westen. Ik merk dat we hier de wind niet meer in de rug hebben. Zelfs een beetje tegen. Ik stel me zo voor dat als we weer naar het Zuiden rijden langs de dijk naar Lelystad,  dat we daar dan wel die wind half in de rug hebben.  Als je dus nog wilt ontsnappen met een kleiner groepje dan moet het hier ergens gebeuren, met wind tegen. Dat kost veel energie maar is wel effectief. Sla je een groot gat dan krijgen de achtervolgers dat niet meer dicht, na de bocht naar links, omdat je als voorste groep alweer wind mee hebt op dit stuk. Een psychologisch mokerslag. Maar wanneer plaats je die ontsnapping? Ik besluit te wachten tot de Ketelbrug. Die zorgt altijd voor wat stress. Als je boven op de brug fietst maakt je een onlogische haarspeldbocht naar links, die onder de weg leidt waar je overeen gefietst bent en je uiteindelijk op het buitendijkse fietspad brengt richting Lelystad.  Hier reed Bert een keer zomaar het talud af om af te snijden. Bovendien kom je op het fietspad langs een slagboom, kan ik mij herinneren, met een nauwe doorgang. Allemaal factoren waardoor de boel tot stilstand komt. Hier raakten we ook Leendert een keer kwijt die alleen maar aan wieltjeszuigen was. Leendert was er niet op bedacht dat hij als laatste door het nauwe hek, het wiel van zijn voorganger even kwijt zou raken.  Nee, de Ketelbrug zorgt altijd voor vuurwerk. Ik wacht.
En ik word op mij wenken bediend want de onrust begint al voor de brug. Nu alleen maar goed opletten. Mart plaatst een demarrage op het langzaam klimmend fietspad richting de hoge brug over het Ketelmeer. De demaragge ziet er knullig uit. Hij pakt hoogstens 50 meter en ik rij op kop van het groepje waar hij van weg wil rijden. Ik test mijn benen. Met een korte versnelling breng ik de groep weer terug tot 20 meter bij Mart, ik kan hem alweer bijna aanraken maar ik laat hem even spartelen tegen de wind in. Ook Mart zijn bordje moet eerst leeggegeten worden. Mart blijft op 15 meter voor ons op de brug rijden en begint te dalen. Nu die haarspeldbocht terug naar de dijk. Beneden zie ik badgasten op een parkeerplaats op ligstoelen van de zon genieten. Ik zie Mart van bovenaf op een T-splitsing beneden afrijden. Links of rechtsaf. Ik hoor het hem denken. Achter mij zegt iemand: ‘We moeten Mart wel terugpakken…’ Waarop ik de stem van zijn goede vriend Bert Z. hoor zeggen: ‘Welnee, laat maar gaan. Hij rijdt toch fout.’
En ja hoor: bij de t-splitsing gaat Mart naar rechts, terwijl we naar links moeten. JM begint hard te lachen als wij naar links draaien en Mart even verderop ontdekt dat hij als de sodemieter moet omkeren. We komen bij de slagboom, piepen door de hekjes en rijden onder de viaduct door van de Ketelbrug. Nu zijn we op het lastige stuk. Wind halftegen en buitendijks. Ik hoor het IJsselmeer tegen de basaltblokken aan klotsen. Ik kijk achter mij. Mart heeft weer met een rood hoofd kunnen aansluiten. Bert rijdt helemaal achteraan en begint te eten; hij haalt een van zijn met tape aan het frame gebonden bananen tevoorschijn. Iedereen rijdt met een paar meter tussen en voor elkaar.  De organisatie is volledig uit de groep.
‘Dit is het moment,’ denk ik. JM rijdt voor mij en is ook aan het eten. Hij heeft zijn mond vol met ontbijtkoek.  Ik fluister tegen hem: ‘We moeten hier wegrijden. Sander en Jan Repko meelokken’. JM mompelt onverstaanbare dingen. Ik kijk in een gat met bruine smurrie. Ik ga gang maken. Eerst rustig aan. Ik voel dat JM mijn wiel kiest. Ik heb superbenen want ik heb nog niet veel extra’s gedaan. De wind is stevig hier. Toch rijden we 37. Ik kijk achter mij. Ze laten ons gaan. Ik zie Bert heel in de verte achter ons met Bart. Djoen zie ik al niet meer. Ik weet nu al dat ze dit niet gaan dichtrijden. Voor het allerlaatste groepje spartelt Mart in de chasse-patat. Hij rommelt wat met zijn bidons. En daarvoor zitten weer Jan Repko, Bart en Rinus. Ze beginnen kop-over-kop te draaien. Zij beseffen nu dat dit ‘de’ ontsnapping is, niet ‘een’.  JM schreeuwt tegen mij, met lege mond, ‘niet meer kijken, Marlin: rijden godverdomme’. En ik sleur op kop tegen de wind in, soms 40 km/u.  Na 5 min kijk ik toch even naar het slagveld achter mij. Bert, Bart en Djoen zijn niet meer te zien. Het groepje met Rinus, Repko en Sander komt dichterbij, Mart hangt daar nog steeds zo’n 15 meter achter. Ik roep tegen JM: ‘We laten ze aansluiten, dan kunnen we dubbel waaieren, behalve Mart. Die moet er af’. Op het moment dat Rinus, Repko en Sander aansluiten vormen we direct een mooie waaier, tegen de halve tegenwind. Het is een beetje een draaiende vijfhoek. Dicht bij elkaar en snelle wissels. De wind suist om mijn kop. Deze 5 renners hebben goesting. Nog 1 keer kijk ik om als ik van kop af ga. Ik zie Mart op zo’n 10 meter van onze waaier rijden. Hij trekt het gezicht van een oorwurm. Daarna kijk ik niet meer.

We rijden nu al weer een tijdje met de wind half mee. De IJsselmeerdijk is licht naar het zuiden afgebogen. We komen met de waaier weer boven de 40 km/u. Het is iets minder zwaar. Ik zie in de verte de elektriciteitscentrale van Lelystad. Nog steeds heb ik nog niet achter mij durven te kijken maar nu waag ik het er op. De dijk is leeg. Geen fietser te bekennen. Het is gelukt. Niemand heeft het dicht kunnen rijden. Bert heeft Mart waarschijnlijk opgeveegd en nu rijden ze huilend naar Almere. Voor Jan Joker. Ik geniet met volle teugen, alleen al van de gedachte dat onze specialist Bert op zijn nummer is gezet. De winnaar van IJsselmeer 2017 komt uit dit groepje!
Ik bekijk mijn tegenstanders. JM kan ik hebben. Maar Rinus en Jan Repko (helemaal berg op) zijn veel betere sprinters. En dan ook nog Sander – die kan alles en heeft waarschijnlijk ook de beste duurconditie. Bij Zandvoort kon ik hem niet houden, zeker bergop niet. Maar dat is voor later. Nu eerst proberen zo min mogelijk energie kwijt te raken tot Almere. Blijven drinken en eten. En dan ergens voor het Almere strand proberen te ontsnappen en een ‘Martje’ proberen.  Zo’n 3 km voor de finish ontsnappen. Iedereen het idee geven dat je dat dus nooit gaat halen en het dan wel halen omdat niemand durft te volgen… Het is daar wind mee.

We rijden langs de Oostvaarderseplassen. Het gaat vlot. Af en toe versnel ik op kop als Sander in mijn wiel zit. Hij begint te klagen dat als ik overneem ik niet moet accelereren. Interessante informatie want dat doet hem kennelijk pijn. Bij Jan en JM is het beste ervan af. Rinus heeft inmiddels zijn eeuwige glimlach afgedaan. Hij kijkt een beetje zuinig. Die blik ken ik niet van hem. Ik moet nu mijn plan trekken en niet twijfelen. Als ik helemaal achterin de waaier zit kan ik even onhoorbaar met JM kletsen. ‘Als we nu bij de patatkraam in de bocht wegrijden’, fluister ik, ‘dan hebben we wind vol mee naar de Hollandse brug!’ . JM mompelt geërgerd. ‘Welke patatkraam? Ik ken geen patatkraam daar…’. ‘Je weet wel, die met die generator,’ probeer ik nog maar JM schuift alweer naar voren, richting een aflossingsbeurt. Volgens mij heeft hij geen zin om weg te rijden.

We naderen het punt waar de Oostvaardersedijk een flinke bocht naar links maakt. Daar hebben we windje mee. In het midden van het IJmeer zie ik Fort Pampus liggen. Aan de overkant van het water zie ik in de verte de contouren van de Rembrandttoren. Sander demarreert. JM en Rinus reageren direct. Ik rij er rustig naar toe met Jan Repko in mijn wiel. Dan probeert JM het een keer. Het zijn allemaal zinloze pogingen. We blijven bij elkaar. Ik kijk Rinus aan. Hij zegt: ‘Jongens, gaan jullie maar, ik zit kapot…nog zo’n actie en ik ben gezien…’ We passeren de patatkraam. Ik ga provocerend zo’n 10 meter voor het groepje rijden, zonder te versnellen. Ze laten mij even hangen. Dan geef ik vol gas, mijn teller raakt de 49 km/u en ik blijf rijden. Ik ben los. Ik kijk niet om. Ik rij door. Het is nu 3 km met pijn rijden –het kan mij niet verdommen. Ik hou mijn teller op de 45, dat gaat makkelijk met wind mee. Ik voel mijn kuiten protesteren. Kramp… jammer dan. Ik zie dat voor mij het fietspad oversteekt en, rechts van de weg, buitendijks verder gaat. Ook dat nog. Een linke manoeuvre. Ik rem, zwiep net voor een auto de weg over en zwiep weer naar links. Ik hoop dat nu alle dagjesmensen in een grote file mijn achtervolgers de weg versperren. Ik versnel naar mijn oude snelheid: 45, dat hou ik wel even vol met dat windje mee. Ik zie in de verte de Hollandse Brug, de finish. Goddomme, wat is die rotbrug nog klein en dus nog ver! Ik ben te vroeg gegaan… bedenk ik angstig. Ik kijk achter mij. Niemand. Dat gaat goed. Ik zie de jachthaven van Almere naderen. Ik merk dat ik mijn snelheid niet kan houden. Ik zak naar 43… 42… Ik kijk weer achterom. Godverdomme. Ik zie een klein wit stipje mijn kant opkomen. Het is de lelijke witte helm van Sander. Hij heeft gelukkig niemand in zijn wiel maar hij komt dichterbij. Kut, kut en nog eens kut. Ik probeer harder te rijden maar dat lukt niet. Ik voel me aangeschoten wild. Ik zak naar 40. Nu rustig blijven. Ik kom op het punt dat je zogenaamd omgeleid wordt in verband met verbouwingen op het Almeerder Strand. Volg bordje 7, had Aad nog gemaild. Mooi niet. Ik rij tussen twee brede betonnen palen heen en blijf het fietspad volgen. Ik kijk om en zie Sander komen. We spreken niet. Ik ga in zijn wiel zitten. Ik heb hier al een keer gereden bij een rondje Markermeer. Zo houdt de weg op maar je kunt honderd meter over hard zand fietsen en dan kom je weer op een betonnen pad.  Misschien schrikt Sander dat de weg ophoudt. Ik neem over.  Ik zie het hek over het fietspad en spring van de fiets. Er ligt een flinke rioleringsbuis in het zand en daar spring ik met de fiets aan mijn hand over. Sander doet achter mij hetzelfde. Voor ons een familie die met kinderen door het zand lopen. Zij schrikken zich dood van twee fietsers die plotseling uit de struiken te voorschijn springen. Ik loop om de scheldende mensen heen; ik spring weer op de fiets maar ik krijg niet snel genoeg mijn fietsschoen in de klikkers. Ik trap er een keer naast. Sander hoor ik in een keer klikken en hij zoeft langs mij. Nu is het gebeurd. Eindelijk vindt mijn schoen de klikker. Maar Sander heeft al 20 meter. Ik ben gezien. Ik probeer nog te versnellen en naar hem toe te rijden. Maar hij duikt al onder het viaductje door op weg naar de beklimming van de Hollandse Brug. Ik passeer de viaduct en stuur naar rechts. Ik zie Sander bij het bord Hollandse brug/IJmeer al stilstaan. Op mijn gemak rij ik omhoog. Ik schud hem de hand.

‘Goed gereden,’ hoor ik mezelf zeggen.
‘Dank je,’ zegt hij. ‘Zaten we weer met zijn tweeën in de finale. Haha…’
Dan hoor ik achter mij Jan Repko, JM en Rinus binnenkomen.
We rijden met zijn allen de brug af, richting Muiden. We praten na over de koers. Ik hoor dat JM, Jan en Rinus geen puf meer hadden om mee te gaan met Sander. Als Sander er dus niet was geweest had ik zeker gewonnen. Een beetje wezenloos kijk ik om mij heen. Ik zie het vertrouwde silhouet van het Muiderslot.  Nog maar 10 km tot het eerste biertje op een terrasje in Amsterdam.
Volgend jaar weer.

>> Routefilmpje Relive/Strava 

>> Verslag van mijn IJsselmeertocht 2007

 

Gepost in FC Trappist, Zen | Getagged | Comments Off on Aangeschoten wild op de IJmeerdijk

Ganzenveer of smartphone

Rond 2010 was ik er nog heilig van overtuigd: het schrift, boek en schoolbord leggen het af tegen de zegeningen van digitaal onderwijs. Tot in de diepste krochten van onderwijsland probeerde ik met dit blog ongelovigen te kerstenen. Ook richting mijn eigen kinderen was ik een missionaris. Ik liep met mijn dochter rond op de open dag van haar school. Digitaal onderwijs, online leren, wrts, iPad-schoolIn het lokaal Frans lieten we met verbazing onze vingers over het smartboard gaan. In een letterwolk stonden woordjes verborgen. Elke keer dat wij een woord vonden klonk een hemels trompetgeschal. Ik wist het zeker: het zal niet lang meer duren of leerlingen maken uitsluitend op een computer huiswerk.

Digitaal onderwijs? Schrijven en typen hebben een verschillend effect op het brein

Nu zijn we zes jaar verder. Ik zit tegenover mijn jongste zoon aan de keukentafel. Natuurlijk zit hij op een iPad-school. Hij heeft morgen een toets voor Frans. Hij heeft de stof nog niet in zijn vingers.
‘Je bent een oude zak, papa,’ klinkt het nijdig als ik hem voorstel nog een keer de woordjes in zijn schrift uit te schrijven. Hij zegt triomfantelijk:
‘Ik heb alle woordjes al in WRTS geoefend en ik had een acht. Wil je dat ik soms weer met een ganzenveer ga schrijven? Duh!’
WRTS is een briljante applicatie. Je vult op een webpagina bijvoorbeeld het Franse woord in het ene en de Nederlandse vertaling in het andere veld in. Zo genereer je een woordenlijst die op verschillende manieren getoetst kan worden: meerkeuze-vragen, puzzelen of spelling. Voor de zekerheid vraag ik hem toch het woord disparaît op te schrijven, gewoon op papier met een pen. Mopperend gaat hij aan de slag. Hij vergeet het dakje op de i. Ik voeg het dakje toe maar hij zit al weer op zijn tablet naar een YouTube-filmpje te kijken.
Op het web lees ik herhaaldelijk dat neurowetenschappelijk onderzoek aantoont dat schrijven en typen een verschillend effect hebben op ons brein. Verder aandringen bij dit puberende brein doe ik maar niet. Ik ga naar zolder op zoek naar de kroontjespen van mijn opa. Ik heb een nieuwe missie. Met mijn neus tussen de spinnenwebben krijg ik een bericht op mijn smartphone.

‘Dakje op i in Franse taal = afgeschaft. Ik had het dus toch goed, ouwe!’

 

 

 

Gepost in digitaal onderwijs, onderwijs, online leren | Getagged , , , , , | Comments Off on Ganzenveer of smartphone

Wat mist er in het digitaal onderwijs?

Goed dat De Correspondent aandacht besteedt aan het debat over digitaal onderwijs. Alleen het woord ICT in de vraagstelling ‘Wat is waar in het debat over ICT in het onderwijs?’ is een beetje ongelukkig gekozen. Gaat dit debat wel over ICT? Het gebruik van dat archaïsche woord ‘ICT’ is tekenend voor het beginstadium waarin dit debat zich kennelijk nog bevindt.

22-ProefwerkQR-1024x724

Niet ICT maar een bewezen methodiek voor digitaal onderwijs ontwikkelen is de uitdaging

ICT wordt allang gebruikt in het onderwijs en is slechts een middel. Het doel lijkt mij voor docenten vooral om met nieuwe digitale lesmethoden de gewenste leerstof bij te brengen.

De leerlingen van de 21e eeuw groeien op in een digitale wereld. Nieuwe lesmethoden zouden daar op in moeten spelen. Het verlaten van de setting van een docent voor de klas met luisterende leerlingen die aantekeningen maken in een schrift. Dat is op zich al een revolutie in de geschiedenis van het onderwijs. En daar wringt dan ook de schoen. Want de sector onderwijs is nu niet een bolwerk van vernieuwing.

screenshot-leerplatform thiememeulenhoff nl 2015-11-12 15-56-59

Het leerplatform van Thiememeulenhoff dat docenten Geschiedenis kunnen inzetten om de tijdvakken te onderwijzen kan op veel punten verbeterd worden…

Sinds Theo Thijssen staan docenten vol goede moed voor een klas met gapende leerlingen hun lessen af te draaien. Zij geven huiswerk op dat thuis in een boek bestudeerd dient te worden. Sinds 2010 is het krijtbord weliswaar vervangen door het digibord. Maar dit nieuwe medium wordt door de meeste docenten nog steeds gebruikt als een veredelde beamer voor een PowerPoint-presentatie die hun verhaal kracht moet bijzetten.
Digitale lesmethoden, aangeboden via laptop, smartphone en desktop, bieden zeker nieuwe mogelijkheden om onze kinderen iets te leren. Ondanks hun grote inzet zijn docenten bijvoorbeeeld in de klassieke setting nauwelijks in staat om elke leerling persoonlijke aandacht te geven. Bovendien moeten de beelddenkers en dyslectici onder de leerlingen voor een proefwerk met veel moeite door flinke lappen tekst heen ploegen.  Terwijl de hoogbegaafden verveeld in de klas zitten te wachten op een uitdaging. En als een school eindelijk de moed heeft om schoolboeken en een lesmethode op een tablet aan te bieden dan gooien traditionele educatieve uitgeverijen als Noordhoff en ThiemeMeulenhoff nog steeds veel roet in het digitale eten.

screenshot-getalenruimte online noordhoff nl 2015-11-12 16-01-21

Een schrijnend voorbeeld van een ‘pdf achter glas’ : Getal en Ruimte van Noordhoff stamt uit de middeleeuwen.

De meeste educatieve uitgeverijen werken nog met het verdienmodel uit de tijd van Theo Thijssen. Zolang zij niet zeker zijn van de inkomsten die digitaal lesmateriaal gaat opleveren zullen zij nooit investeren in vernieuwing. Zij bieden een schoolboek aan in de vorm van ‘een pdf achter glas’, in plaats van een volledige digitale lesomgeving waarover goed is nagedacht door UX-specialisten en onderwijsdeskundigen. Daar is dus nog veel te winnen. Ook zal de schoolleiding er op moeten toezien dat alle docenten de ingekochte leeromgevingen consequent in hun lesaanbod integreren, zodat alle leerlingen precies weten bij elk vak wat, waar en hoe ze moeten leren. En niet zoals mijn jongste zoon in de 1e klas van de middelbare school (hij zit op een school waar de schoolboeken op een tablet worden aangeboden) van zijn lerares Engels doodleuk te horen kreeg om ook een schoolboek aan te schaffen, “want dat leert toch makkelijker…”

Als vader van drie schoolgaande kinderen (een dochter van 17 en twee zonen van 12 en 14) heb ik, door de komst van smartphones en ook een internetverbinding op hun kamer, de introductie meegemaakt van verschillende digitale onderwijsvormen in hun lerende leven. De gratis webapplicaties die sinds 2008 zijn ontwikkeld voor smartphone, laptop en desktop vormen voor mijn kinderen een volwaardig middel om hen te ondersteunen bij het leerproces op school. Net zoals vroeger een pen, een schrift, een rekenmachine en een passer dat in mijn schooltijd deden.
Met verbazing zag ik hoe snel mijn kinderen deze apps wisten in te richten om platte kennis mee te toetsen. Tijdens het autoritje naar oma op zondag worden op de achterbank nog steeds met WRTS  woordjes en met Quizlet begrippen geleerd. Als zij geluk hebben dan strijden zij met hun klasgenoten in de klas om de eerste plaats met een klassikale Kahoot op het smartboard. Of hun docent geschiedenis geeft een Prezi presentatie waarin met beeld, tekst en videofilmpjes wordt uitgelegd wat het verband is tussen het Verdrag van Versailles en de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland.

Het online leerplatform Kahoot! appelleert direct aan dit game-gevoel dat niet meer weg te denken is uit de belevingswereld van jongeren.

Het online leerplatform Kahoot! appelleert direct aan het game-gevoel dat niet meer weg te denken is uit de belevingswereld van jongeren. Daar kan een docent van leren.

Dat hangt helaas nog steeds af van hoe vaardig een docent is om zijn verhaal in een digitale vorm te vertellen en of de sectie de juiste lesmethode heeft ingekocht. Een doorontwikkelde, vakoverschrijdende digitale leeromgeving met leerlingvolgsysteem, kan de enthousiaste docent daarbij ondersteunen. Dat is dus veel meer dan ‘ICT’ alleen.

Gepost in apps, digibord, digitaal lesmateriaal | Getagged , , , , , | Comments Off on Wat mist er in het digitaal onderwijs?

Mindbloom: virtuele stok achter de deur voor gelukzoekers

Persoonlijke groei door het spelen van een game

Is levensgeluk te koop? Je zou het de laatste tijd haast denken. ‘Wellness’ is een markt geworden. Bijna iedereen heeft een personal coach of volgt een cursus persoonlijke groei. De boekhandel wemelt van magazines en boeken over geluk. Binnenkort ligt een pondje levenskwaliteit bij de supermarkt in de aanbieding…
Zover is het nog niet. Gelukkig worden is hard werken. Je moet aan de slag. Alleen een boek lezen of cursus volgen heeft weinig zin. Bovendien is geluk zeer persoonlijk dus niet in een definitie te vangen. En de eeuwige vraag blijft natuurlijk: hoe bereik je dat, meer geluk in je leven? Je kunt bijvoorbeeld door oefening proberen je gedrag te veranderen. De meeste mensen zijn echter hardleers. Oude patronen zijn hardnekkig. We zijn een ster in vermijden en ontkennen. Een online spel op internet biedt nu uitkomst. De lifegame Mindbloom en de bijbehorende app brengen levensgeluk onder handbereik.

Zelfhulpboeken zijn duur, tijdrovend en weinig inspirerend

In 2008 ontwikkelde Chris Hewett het idee van een computerspel voor meer inzicht in je persoonlijke levenskwaliteit. Uit nood geboren want Hewett bevond zich als succesvolle en hardwerkende game-ontwikkelaar op het randje van een burn out. Hij nam ontslag en ging voor zijn pasgeboren zoon zorgen. In zijn zoektocht naar meer balans en geluk las hij antieke zelfhulpboeken die in zijn ogen ‘duur, tijdrovend en weinig inspirerend’ waren. Hewett besloot daarom een nieuw bedrijf op te richten rond een computergame dat mensen moest inspireren om meer van hun leven te maken.
In september 2011 lanceerde hij Mindbloom, een online game die inmiddels zo’n 50.000 geregistreerde bezoekers heeft. De lifegame biedt een verleidelijk uitzicht op het leven dat we uiteindelijk graag willen leven. In de vorm van een spel. Want de ‘gamification’-trend leert dat we spelletjes op de computer, tablet en mobiel leuk vinden, evenals het ontvangen van virtuele schouderklopjes in de vorm van badges en het bereiken van een hoger ‘level’.

Mindbloom is uitermate geschikt voor gelukzoekers die na zelfhulpboeken, cursussen of therapieën wel ongeveer weten waar de schoen wringt maar een virtuele stok achter de deur nodig hebben om tot persoonlijke groei te komen. Het spel biedt ons een zogenaamde ‘self tracking tool’ om bepaalde aspecten van ons leven te verbeteren. Uiteraard als je dat wilt. Iemand die volkomen tevreden is, of alleen al de kriebels krijgt van een uitspraak als ‘grow the life you want’, heeft niks op de site te zoeken.

De levensboom
De metafoor van het spel is de klassieke levensboom. Mindbloom gaat er vanuit dat persoonlijke groei bereikt kan worden door inspiratie en zinvolle acties. Zoals een boom groeit door zonlicht en regen kunnen wij onszelf voeden met inspirerende uitspraken, beelden en muziek. Daar moet je in geloven natuurlijk. Maar het is zeker het proberen waard. Door het spel te spelen, stellen we ons belangrijke vragen: ‘Op welk vlak van mijn leven wil ik een doel bereiken?’, ‘Wat verwacht ik van dat doel?” en ‘Waardoor laat ik mij inspireren om op ideeën te komen om dat doel te realiseren?’

Wat inspireert en motiveert ons?
In het spel wordt de mate van inspiratie gesymboliseerd door een zonnetje (licht) en onze acties om een persoonlijk doel te bereiken door een wolkje (regen). Doen we bijvoorbeeld inspiratie op (door een inspirerende quote van een denker in onze bibliotheek te voegen) dan verdienen we 5 % licht. Door nog negentien van zulke ‘babysteps’ te doen, verschuift het zonnetje (100%) boven onze boom en krijgt onze boom zonlicht. De bladeren worden groter. Stellen we ons zelf een doel door een actie in te plannen in onze agenda dan krijgen we 5 % regen. De bladeren worden groener. Zo visualiseert de boom tijdens het spel onze persoonlijke groei. Ook stilstand is meteen pijnlijk duidelijk. Doe je niets dan verdorren je bladeren en krimpt je boom.

Self fullfilling prophecy
Binnen het spel Mindbloom vertegenwoordigt elk blad aan je boom een bepaald levensgebied: het is een momentopname van onze balans op het gebied van ‘gezondheid’, ‘relaties’, ‘levensstijl’, ‘geld’ en ‘werk’. Uiteraard valt een levengebied als ‘relaties’ weer uiteen in ‘relatie tot jezelf’, tot je ‘partner’, ‘kind’, ‘ouders’ en ‘vrienden’. Het is ook mogelijk om daar een persoonlijk levensgebied aan toe te voegen. Of verschillende levensgebieden weg te kappen. Want niemand is hetzelfde. Bij de een gaat het goed op het werk maar is er op het relationele vlak veel spanning of misschien wel een groot gemis. Mindbloom helpt je op weg om prioriteiten te stellen. Het is een interessante exercitie om op alle levensgebieden kort na te gaan of en waar precies de schoen knelt. Zo kun je je levensboom gaan optuigen met gebieden die om aandacht vragen. En visualiseer je heel direct daarmee het leven dat je wilt leiden. Volgens de makers van Mindbloom gaat dit werken als een ‘self fullfilling prophecy’. Hoe speel je nu het spel precies?

[start deel 2 posting: verdelen met pager /1/2/ ?]

Hoe werkt Mindbloom in de praktijk?

Als beginner is het lastig om direct te begrijpen hoe je Mindbloom speelt. Zeker als je niet gewend bent aan een game-scherm. Na enige oefening en uitleg wordt het pas duidelijk wat de functies zijn van de basisknoppen onder in je scherm. Maar dan kan het serieuze spel echt beginnen. Om de principes te demonstreren hieronder een uitgewerkt voorbeeld. Stel dat je er achter komt dat je ongelukkig bent in je werk. Maar je weet niet goed ‘waarom’ precies. Hoe ga je nu binnen Mindbloom te werk?

‘Add inspiration’
Het menu My Inspiration, life-area: carreerAlles begint met inspiratie. Klik in het beginscherm onderin rechts op de button ‘Discover and Add Inspiration’. Een pop-up menu opent zich. Kies in dit menu ‘By Everyone’ en het levensgebied ‘Career’. Scan alle quotes, images – misschien zelfs wel muziek – die met ‘Career’ te maken hebben en maak een keuze. Wat spreekt je aan? Je kunt ook zelf een inspirerende uitspraak, beeld of muziek toevoegen in ‘Career’. Zo verrijkt de community het spel met steeds beter passende content op elk levensgebied. Is een bepaald plaatje, quote of muzieknummer vaak gedownload (hoger in de ranking) dan zal het een nuttig beeld zijn. In dit voorbeeld komen we in het menu ‘My Inspiration’ een quote tegen die appeleert aan de onvrede met onze loopbaan:

Try not to become a man of success
but rather to become a man of value
 

Je voegt deze uitspraak van Albert Einstein toe aan je ‘Inspiration-menu’ door op de knop ‘Add to My Inspiration’, rechtsboven te klikken. Wanneer je later de ‘Inspiration Movie’ afdraait (de eerste knop midden onder in de zwarte balk) dan komt deze uitspraak voorbij, inclusief al het andere materiaal dat je hebt toegevoegd.
Door de inspirerende spreuk van Einstein toe te voegen is het blad ‘Career’ van je levensboom groter geworden. Tegelijk bedenk je dat je weleens wilt praten met iemand die bij een goededoelenorganisatie werkt.

‘Update en schedule actions’
Je klikt nu op de tweede knop, rechts onderin: ‘Update en Schedule Actions’ en vervolgens op ‘Find actions’ en ‘Career’. Je vindt een aansprekende actie: Add a connection to LinkedIn. Je kan ook zelf een actie toevoegen (knop linksboven ‘Create your Own’) en deze actie, indien gewenst, weer delen met de Mindbloom-gemeenschap. In dit menu zijn ook ‘Resources’ te vinden die je actie kunnen ondersteunen. Je klikt nu op de knop ‘Calendar’ en plant een actie in. Je realiseert je nu dat in je netwerk een contact zit dat bij een goededoelenorganisatie werkt. Als doel stellen we binnen Mindbloom dit persoon te spreken. Omdat je van jezelf weet dat je niet zo’n netwerker bent, deel je deze actie met een vriend uit de Mindbloom-gemeenschap. Inmiddels heb je een paar vrienden enthousiast gekregen voor het spel, hebben zij ook een levensboom opgetuigd en delen zij bepaalde acties met jou. Zo kun je elkaar coachen en creëer je sociale druk. Maar je kunt er ook voor kiezen het spel in je eentje te spelen.

Voornemens die snel verwateren
Een week later ben je je geweldige voornemen op het gebied van ‘Career’ alweer lang en breed vergeten. Je draait weer in de tredmolen van het bestaan. Toch besluit je om eens op Mindbloom te kijken. Nu gebeuren er een aantal dingen: allereerst word je beloond met een aantal punten (seeds) waardoor je saldo stijgt. Je hebt immers de moeite genomen terug te keren. Vervolgens zie je dat het blad ‘Career’ bruin is geworden. Ook staat er bij de actie een ‘comment’ van je vriend die informeert of je het contact al gesproken hebt. Je reageert op het comment dat je lui bent geweest (‘vermijdingsgedrag’ zou een psycholoog zeggen). Van Mindbloom krijg je toch een badge voor het feit dat je reageert op een comment. Want je bent sociaal actief. Een goede basis voor zelfonderzoek en verandering.

‘Missed’
Allereerst klik je in je actionschedule bij je actie die je niet voltooid hebt op ‘missed’. Met het potloodje bij het actiepunt schrijf je een notitie. Wees eerlijk tegen jezelf: waarom is de actie (nog) niet gelukt? Dit zogenaamde ‘journaling’ is van groot belang in je persoonlijke groei. Het heeft zijn wortels in de cognitieve gedragstherapie, waarin personen worden uitgedaagd door dagboekaantekeningen gedrags- en denkpatronen op het spoor te komen. In de ‘calendar’ van My Actions ontstaat zo een reeks aan geplande acties, al dan niet ‘voltooid’, ‘pending’ of mislukt. En een berg aan teksten waarom wel en waarom niet.

Sociale druk van vrienden
Alleen met jezelf bezig zijn is niet leuk. Daarom klik je op de derde knop, midden onder in je scherm. Je ziet nu niet alleen je eigen levensboom maar ook de boom van je vrienden. Bij de een staat de boom te stralen, bij de ander is een blaadje verdacht bruin. Door op hun boom te klikken kun je kijken welke acties uitstaan die jij mag bekijken (want dat bepaalt iedereen zelf via de ‘sharing’ knop). Op verschillende manieren kun je je vrienden steunen of coachen. Heb je een hoog saldo aan ‘seeds’ dan kun je je vriend zonlicht geven of regen. Je kunt ook een actie openklikken en een ‘comment’ geven. Want de rots waar de een tegenopziet is vaak voor de ander niet meer dan een hoopje kiezelstenen. Ook kun je verder praten via de interne mailknop. Opnieuw plan je de netwerkactie in. De kans is groot dat je volgende week het contact wel gesproken hebt. Want je kunt er eigenlijk niet meer onderuit.

Levensidealen expliciet maken
Vergelijkbaar met een community als Facebook scheppen we al spelend een virtueel spiegelbeeld van ons bestaan, met het grote verschil dat Mindbloom ons motiveert tot ‘persoonlijke groei’ in plaats van het obligaat uitwisselen van plaatjes en praatjes zoals binnen de meeste communities. De quotes, images en muziek waaruit men inspiratie kan putten zijn zinvol en stimuleren tot zinvolle acties. De levensboom vormt daarbij een visualisatie van onze verlangens en misschien wel verborgen levensidealen. De lifegame maakt ook, mits je het spel eerlijk speelt, onze innerlijke strijd ten opzichte van dat gedroomde leven meer expliciet. Zodat we ervan kunnen leren.

Gamification van e-coaching
In de lifegame Mindbloom komen een aantal maatschappelijke ontwikkelingen en webtrends samen. Er lijkt een grote behoefte in de samenleving te zijn aan balans en geluk. Waar men vroeger uitsluitend steun kon zoeken bij hulpverleners en zelfhulpboeken biedt nu ook het web een kans. Binnen deze e-coaching is gekozen voor de spelvorm. Geïnspireerd op de succesvolle adventure-games als World of Warcraft en social media games als Foursquare, appelleert Mindbloom aan onze oerbehoefte om te spelen, te verzorgen, te socialiseren en te willen winnen. Naarmate je  langer speelt, anderen helpt,  succesvolle acties afrondt en meer punten verdient wordt ‘een hoger level’ bereikt. Met deze status kan je weer allerlei nieuwe producten en diensten kopen in een virtual welness-store. De fantasie-omgeving kan mooier gemaakt worden of je kan bijvoorbeeld een ‘health’-package afnemen. Grote verschil met de bestaande online spellen is dat Mindbloom draait om zinvolle acties die in ‘real life’ moeten plaatsvinden.

Geluk is maakbaar door visualisatie en dagboeken bijhouden
Binnen Mindbloom word je min of meer gedwongen tot een avontuurlijke zoektocht naar een antwoord op de vraag: waar word ik gelukkig van? Het spel integreert, zonder wetenschappelijke pretenties overigens, globale inzichten uit de gedragswetenschappen die kunnen helpen in het bereiken van dit doel. Beelden en muziek die idealen of gevoelens ‘visualiseren’, helpen ons op weg. Het grote succes van de Pinterest community is een teken dat dit werkt. Vervolgens kunnen acties worden geformuleerd. In het menu ‘My Inspiration’ ontstaat een soort moodboard van een gewenst leven. De levensboom symboliseert onze groei.  Een ander gebruikte methode is het bijhouden van logboeken, ontleend aan de cognitieve gedragstherapie. Door het kort en eerlijk beschrijven van gedachten bij acties krijgt de speler van Mindbloom op den duur een beeld van (negatieve) denkpatronen en vermijdingsgedrag binnen een bepaald onderwerp van zijn leven.
Sinds de lancering in september 2011  hebben de 50.000 geregistreerde gebruikers zo’n 1,5 miljoen acties geplaatst om de kwaliteit van hun leven te verbeteren. Gemiddeld bezoeken zij Mindbloom vier keer per week, met een gemiddelde bezoektijd van 14 minuten. Geluk is maakbaar.

Gepost in apps, gedragsverandering, mindbloom, zorg | Getagged , , , , , , , , , , , , , , | Comments Off on Mindbloom: virtuele stok achter de deur voor gelukzoekers

Kahoot!: samen in de race om iets te leren

Wie wil er op school nu geen online quiz doen in de wetenschap dat de hele klas meedoet, dat je punten kunt scoren en zelfs eerste kunt worden? Het online leerplatform Kahoot! appelleert direct aan dit game-gevoel dat niet meer weg te denken is uit de belevingswereld van jongeren. Mijn dochter wees mij enthousiast op het gebruik van Kahoot! op haar middelbare school.

Kahoot!: de online quiz als gemeenschappelijke ervaring

Kahoot!: de online quiz als gemeenschappelijke ervaring

De meeste leerlingen zijn enthousiast over deze nieuwe manier van toetsen in de klas, niet in de laatste plaats vanwege het competitieve element. Gebruikersstatistieken laten ook zien dat na Noorwegen in Nederland de meeste ‘Kahoots’ zijn aangemaakt.

‘Kahoot!’ toont de quizvragen- en -antwoorden op het digibord

In tegenstelling tot het invullen van een individuele quiz met meerkeuzevragen op een webpagina zijn de antwoorden en het scoreverloop bij Kahoot! direct op een gemeenschappelijk scherm (bijv. het digibord) te volgen. Dit zorgt voor een gemeenschappelijke ervaring in de klas. Deelnemers loggen met hun smartphone, laptop, tablet of computer in op de quiz, zij zien hun gebruikersnaam verschijnen op het gemeenschappelijke scherm en vervolgens zijn zij ‘in the game’. Wanneer de quiz gestart wordt door de docent is iedereen betrokken en scherp. De leerlingen gebruiken het scherm van hun eigen device om een vraag die verschijnt op het digibord te beantwoorden. In een klap is te zien op het gemeenschappelijke scherm hoeveel leerlingen deelnemen aan de quiz, hoeveel leerlingen een antwoord goed hebben en wat het scoreverloop is.

Hoe werkt ‘Kahoot!’?

Het opzetten van een quiz is verbluffend simpel. De quizmaster (bijv. de docent) maakt een quiz aan onder een eigen account op https://www.getkahoot.com/. Per vraag kan een tijdslimiet, het aantal te winnen punten en een afbeelding worden toegevoegd. Na het voltooien van de quiz wordt in deze omgeving aan de quiz een pincode toegekend. Wanneer de deelnemers met hun smartphone, tablet of PC een andere website van Kahoot! (https://kahoot.it/#/) bezoeken en met deze pincode en een gebruikersnaam inloggen, worden zij toegevoegd aan de quiz. Op het speelbord dat bijvoorbeeld op het digibord wordt getoond (geactiveerd via het account op www.getkahoot.com) verschijnt ook het aantal deelnemers uit de klas zodat de docent in een oogopslag kan zien of iedereen meedoet. De quiz kan beginnen.
Zo ben je met je medeleerlingen in de race (‘in cahoot’) om iets te leren: een aantrekkelijke, speelse variant op de meer statische toetsingsmethoden. Kahoot! als toetsingsmethode werkt in die zin niet alleen maar ‘straffend’ maar vooral ook ‘belonend’.

Zelf een ‘Kahoot!’ proberen?

Als voorbeeld maakte ik een quiz die gebruikt kan worden als afsluiting van een les over de parallellen tussen Van Gogh en Munch. Ga op een desktop of een digibord naar deze link. Je ziet nu het startscherm van de Kahoot!-quiz.

kahoot!

Op het centrale digiboard of beamerscherm verschijnt de docentenomgeving van de Kahoot! quiz. De laatste algemene instellingen kunnen nog gewijzigd worden (bijv. de irritante wacht-muziekjes uitzetten) en de docent klikt op ‘launch’

De docent nodigt nu de leerlingen uit om op hun smartphone of een ander device naar de webpagina www.kahoot.it te gaan te gaan en daar de pincode in te vullen die op het startscherm op het digibord staat. In onderstaande situatie is dat pincode 554073. Feitelijk wordt de smartphone van de leerling de afstandsbediening waarmee hij antwoorden geeft op de quiz. Elke deelnemer kiest een nickname.

Op het startscherm van de  desktop of digibord van de docent verschijnt de nickname:

kahoot!

De nicknames van de leerlingen die zich via hun smartphone aanmelden verschijnen op het gemeenschappelijke digiboard-scherm. Als alle deelnemers zich hebben aangemeld start de docent de quiz.

De leerling krijgt op zijn smartphone ook een bevestiging dat hij is aangemeld:

Bestand 11-10-15 13 39 22

Op www.kahoot.it heeft de leerling de pincode ingevuld. Op het scherm van zijn smartphone ziet de leerling dat hij gekoppeld is aan de quiz.

Wanneer nu de docent op op de launch-knop  rechtsboven klikt start de quiz en verschijnt de eerste vraag.

kahoot3
Alle leerlingen die gezamenlijk naar deze vraag kijken kiezen nu op hun smartphone (of ander device) een antwoord door op een kleur te klikken.

Bestand 11-10-15 13 39 50

De deelnemer aan de Kahoot! quiz kan op het scherm van zijn smartphone uit vier kleuren met symbolen kiezen voor het juist antwoord (= vierkant, Groen)

Na de tijdslimiet zien alle leerlingen op het gezamenlijke scherm wat het goede antwoord was:

kahoot4

Twee leerlingen hebben de vraag fout; 0 leerlingen hebben de vraag goed.

Per vraag geeft het gezamenlijke scherm op het digiboard een tussenstand:

kahoot7

Deelnemer Jan loopt op kop.

De docent bepaalt zelf het tempo van de vragen: hij klikt steeds op ‘next’ voor de volgende vraag. Als de laatste vraag van de quiz beantwoord is toont Kahoot! de topscorer:
Kahoot8En is het mogelijk om alle deelnemers een korte enquête af te nemen over de kwaliteit van de quiz. Daarmee wordt de quiz direct gevalideerd op onderhoudende en educatieve waarde en krijgt hij dus een cijfer. Dit is weer interessant voor nieuwe deelnemers als hij publiekelijk wordt gedeeld.

kahoot9

Zo ben je met je medeleerlingen in de race (‘in cahoot’) om iets te leren: een aantrekkelijke, speelse variant op de meer statische toetsingsmethoden van het klassieke onderwijs.

 

Gepost in digibord, digitaal lesmateriaal, Kahoot, online leren, Tools online leren | Getagged , , , , | Comments Off on Kahoot!: samen in de race om iets te leren

Digitaal spiekbriefje: via de app WRTS woordjes leren

Wie vroeger wel eens een spiekbriefje heeft gemaakt kent het verschijnsel. Alleen het maken daarvan was al genoeg om een goed cijfer te halen. Het briefje zelf had je tijdens het proefwerk geeneens meer nodig.  Immers: door de kennis goed samengevat in een andere vorm op te schrijven had je die onregelmatige werkwoorden van Frans of die ingewikkelde formule van Wiskunde al uit het hoofd geleerd of beter begrepen.

Woordjes leren met WRTS

Woordjes leren op je smartphone

Je eigen digitale
overhoring via WRTS

Hier moest ik aan denken toen ik zag hoe mijn kinderen op hun smartphone via de app WRTS (Appstore of Google Play) woordjes leren. Het aanmaken van deze digitale overhoring op de desktop (www.wrts.nl) had er eigenlijk al voor gezorgd dat zij de stof beheersten. De overhoring op hun mobiel daarna zorgde alleen nog maar voor een bevestiging.  Zo speelt de smartphone een belangrijke rol in het leerproces van kinderen. Dicht bij hun belevingswereld (appen, gamen) en spannend om te doen.

Meerkeuze-vragen, in gedachten of zelf het antwoord invullen
Hoe gaat dit in zijn werk (zie ook >> slideshow)? We beginnen op de desktop. Op de website van WRTS maak je een gratis web-account aan en vul je een lijst in met woordjes. Bijvoorbeeld het Franse woord in het ene invulveld en de Nederlandse vertaling in het ander invulveld. Je bewaart de reeks met een naam (als je hem publiekelijk wilt delen dan voeg je ook nog je schooltype, welke klas je zit, de titel van het schoolboek toe en het hoofdstuk) en je hebt een eigen digitale toets ter beschikking. Als je nu de app WRTS-mobiel op je smartphone downloadt, en dezelfde profielgegevens invult als je gebruikt hebt op desktop, dan vult de app zich met de gegevens van je desktop-account. Zo kun je dus ook op je smartphone de quiz doen. Het aanmaken van een nieuwe lijst met woordjes kan alleen op de desktop. Deze lijst kan ook op dezelfde wijze met je iPad gesynchroniseerd worden. Zo heb je dus verschillende apparaten ter beschikking waarop je de quiz kan oefenen.

Handig tijdens die lange  autorit naar oma
De app zorgt ervoor dat je in verschillende vormen deze woordjes kan leren. Bijvoorbeeld meerkeuze-vragen, in gedachten, een puzzel of zelf het antwoord invullen. De score wordt netjes bijgehouden en bij nul fout word je beloond met een mooi muziekje. Handig als je bij de ortho zit te wachten op je beurt of in die lange autorit naar oma.

Gepost in apps, digitaal lesmateriaal, mobiel, onderwijs, online leren, Tools online leren, Wrts | Getagged , , , , , | Comments Off on Digitaal spiekbriefje: via de app WRTS woordjes leren

Tijd van Televisie en Computer 1950 – 1989

Tijd van Televisie en Computer

1950 – 1989

Default 2

1) de dekolonisatie maakte een eind aan de westerse hegemonie in de wereld

Na 1945 verloor het Westen zijn overwicht in de wereld door de ontmanteling van de koloniale rijken. Tussen 1946 en 1957 werd bijna heel Azië onafhankelijk. Tussen 1956 en 1964 kregen bijna alle Afrikaanse kolonies hun onafhankelijkheid.

Default 7

2) de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een – wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog

Default 10

Na de Tweede Wereldoorlog bleven de VS en de Sovjet-Unie over als supermachten. Hun ideologische tegenstelling leidde tot wantrouwen; beide landen voelden zich door de ander bedreigd. Onder leiding van de VS en de Sovjet-Unie kwamen twee ideologische blokken van landen tegenover elkaar te staan.

Door de nucleaire wapenwedloop tussen de blokken groeide de kans op een atoomoorlog. Tijden met hoog oplopende spanning werden afgewisseld door tijden met ontspanning, waarin overlegd werd over beperking van de verdere bewapening. In 1989 kwam een vreedzaam eind aan de Koude Oorlog.

In de jaren 1948-1973 vond in West-Europa een ongekend sterke economische groei plaats. Dankzij de toegenomen welvaart bouwden regeringen een verzorgingsstaat op, waarin de overheid verantwoordelijk was voor het welzijn van de burgers.

De welvaart en toegenomen sociale zekerheid leidden tot grote sociaal-culturele veranderingen. Terwijl het individu met zijn behoeftes centraal kwam te staan, nam de invloed van de kerk en de traditionele moraal af. Ook de jongerencultuur en de tweede feministische golf droegen in westerse landen bij aan de grote verandering van normen en waarden vanaf de jaren 1960.
Default 15

Een oudere heer passeert een groep rondhangende nozems in Valkenburg, Nederland, 4 augustus 1966.

4) de eenwording van Europa

Na de Tweede Wereldoorlog besloten West-Europese landen tot samenwerking om de vrede te bewaren, de welvaart te bevorderen en de democratie te versterken. Ze voelden zich ook bedreigd door de Sovjet-Unie en wilden samen sterker staan in de Koude Oorlog.

De Europese eenwording begon in 1951 met de oprichting van de EGKS die in 1957 werd opgevolgd door de EEG. Na de Koude Oorlog en de Duitse hereniging besloten de twaalf lidstaten tot verdere eenwording in de Europese Unie. Tussen 1992 en 2013 kwamen er zestien landen bij, waaronder veel Oost-Europese landen.
Default 19

5) de ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen

Default 2

In de westerse wereld maakte de industriële samenleving vanaf de jaren 1970 plaats voor een informatiemaatschappij. Door de sociaal-culturele veranderingen ontstond in de samenleving meer ruimte voor verschillende leefstijlen.

Door massale immigratie werd de samenleving van Europa ook multicultureel. In de pluriforme en multiculturele samenlevingen van Europa moesten mensen leren omgaan met de grote vrijheid en pluriformiteit.

Default 1

Een ander tijdvak leren kennen?

  • Maak een keuze uit de onderstaande schijf van tijdvakken

De kenmerkende aspecten van alle tijdvakken stampen?

Ga naar het overzicht Thinglink tijdvakken door in de kern van de schijf te klikken
Default 1

3) de toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen

Gepost in Geen categorie | Comments Off on Tijd van Televisie en Computer 1950 – 1989

Thinglink tijdvakken quicklink

Why does the Edit button not appear on this image:

navi_balk

 

 

Not with standing the fact that i opened in other tab in de same browser: https://www.thinglink.com/Burijn

Gepost in Geen categorie | Comments Off on Thinglink tijdvakken quicklink

Tijd van Wereldoorlogen, 1900-1950

Tijd van Wereldoorlogen 1900-1950

1) Het voeren van twee wereldoorlogen

Default 5

In de jaren 1914-1918 en 1939-1945 woedde een wereldoorlog. Duitsland stond beide keren tegenover Frankrijk, Engeland, Rusland (SU) en de VS. Het verloor beide oorlogen maar werd pas in de tweede verpletterend verslagen.

Otto Dix (1891-1969), Sturmtruppe geht unter Gas vor, Uit de serie Der Krieg, no. 12, 1924

1) Verwoestingen: op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogsvoering

Default 9

De wapens hadden door de industrialisatie veel meer vernietigingskracht dan voorheen. Daardoor vielen er miljoenen slachtoffers, ook onder burgers, en werden hele steden verwoest.

Default 1

3) De crisis van het wereldkapitalisme (wereldcrisis)

De gehele kapitalistische wereld werd vanaf 1929 getroffen door een langdurige economische crisis, met verarming en massale werkloosheid.

4) Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme (nationalisme)

Default 5

In de Europese koloniën in Azië ontstonden na de Eerste Wereldoorlog nationalistische bewegingen die streefden naar onafhankelijkheid.

5) Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaal-socialisme

Direct na de Eerste Wereldoorlog wonnen rechtse en linkse totalitaire ideologieën veld. Hun aanhangers kwamen aan de macht in Rusland, Italië en Duitsland.

Default 10

 6) De rol van moderne propaganda- en communicatie-middelen en vormen van massa-organisatie

Default 12

De totalitaire staten gebruikten op grote schaal propaganda, onder meer via nieuwe massamedia als radio en film. Ook probeerden ze de bevolking te beheersen via massa-organisatie voor de jeugd en voor sport.

7) Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden (Holocaust)

Default 15

De nationaal-socialisten zagen het Germaanse ras als superieur. Nadat Hitler in 1933 aan de macht was gekomen werden in Duitsland de joden gediscrimineerd, na 1941 werden ze in alle door Duitsland bezette gebieden weggevoerd en systematisch uitgemoord.

8) De Duitse bezetting van Nederland

Default 18

Nederland was van mei 1940 tot mei 1945 bezet door nazi-Duisland. Men paste zich aan, sommige zaten in het verzet of collaboreerden.

Een ander tijdvak leren kennen?

  • Maak een keuze uit de onderstaande schijf van tijdvakken

De kenmerkende aspecten van alle tijdvakken stampen?

Ga naar het overzicht Thinglink tijdvakken door in de kern van de schijf te klikken
Default 21
Default 1
Default 1
Gepost in Geen categorie | Comments Off on Tijd van Wereldoorlogen, 1900-1950

Tijd van Regenten en Vorsten (1600 -1700)

Plaat1
beeldmerk

Tijd van Regenten en Vorsten

1600-1700

1) handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie

In de 17e eeuw kwam het handelskapitalisme tot bloei en ontstonden wereldwijde handelsnetwerken. In de groeiende wereldeconomie speelde de Verenigde Oost-Indische Compagnie een hoofdrol. De West-Indische Compagnie was actief in gebieden rond de Atlantische Oceaan.

Default 5

2) de bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was een van de weinige republieken in Europa. De Republiek bestond uit zeven zelfstandige gewesten en later veroverde gebieden, die door de Staten- Generaal werden bestuurd. Naar buiten toe trad de Republiek op als eenheid. De macht was in handen van regenten, die voor een groot deel werden benoemd uit de rijke stedelijke burgerij. De 17e eeuw was voor Nederland een gouden eeuw, een tijd van grote economische voorspoed en bloei van kunst en wetenschap.

De Dam in Amsterdam 1666

Default 3

3) het streven van vorsten naar absolute macht

De Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC: groen) en de West Indische Compagnie (WIC: blauw) vestigden in de 17e eeuw handelsposten

In de 17e eeuw streden Europese vorsten met hun onderdanen om de verdeling van de macht. Veel vorsten streefden naar absolute macht. In Frankrijk ontstond een absolute monarchie, terwijl Engeland een constitutionele monarchie werd.

Lodewijk XIV (1638-1715), de Zonnekoning van Frankrijk, was 72 jaar koning van Frankrijk. 

In de 17e eeuw leidde een nieuwe onderzoekende houding tot de wetenschappelijke revolutie. In de exacte wetenschappen kwamen theorieën en wetten tot stand op grond van redeneren, waarnemen en experimenteren. Bij de Europese expansie en in oorlogvoering werden veel nieuwe ontdekkingen en uitvindingen toegepast.

4) de wetenschappelijke revolutie

koptitel

Galileo demonstreert in 1609 zijn telescoop aan Leonardo Donato, de doge van Venetië.

Default 2

[effecto-bar]

Een ander tijdvak leren kennen?

  • Maak een keuze uit de schijf van tijdvakken

De kenmerkende aspecten van alle tijdvakken stampen?

Default 1
Gepost in Iconische platen, Tijd van Regenten en Vorsten | Getagged , , , , , , | Comments Off on Tijd van Regenten en Vorsten (1600 -1700)