-02 Tijd van Boeren en IJzer, 12.000 – 3500 jaar vChr

(-02 ) Boeren en IJzer, 12.000 – 3500 vChr

4 kenmerkende aspecten van het
tijdvak 12.000 – 3500 vChr:
Boeren en 
IJzer


(naam tijdvak: Prehistorie; Neolithicum)

(full screen)  (Thinglink alle tijdvakken)


1) De ontwikkeling van landbouw en veeteelt

a). Ontwikkeling van 
Neolitische revolutieDe neolithische revolutie, soms gespeld als Neolithische Revolutie,  was de eerste landbouwrevolutie en vormde de overgang van een samenleving van jager-verzamelaars met een rondtrekkend[1] bestaan naar een samenleving van mensen die in nederzettingen woonden (sedentarisme) en aan landbouw en veeteelt deden. Ook begon men voorraden aan te leggen voor slechtere tijden. Deze revolutie vond plaats in meerdere streken op de wereld en onafhankelijk van elkaar. Veelal verliep deze overgang zo geleidelijk over een langere periode dat men in die gevallen liever van een neolithische evolutie spreekt.

b) wonen in nederzettingen 
In het mesolithicum waren de mensen jager-verzamelaars in een nomadische samenleving. Men leefde van in het wild groeiende gewassen en de jacht. Waar mogelijk was er visvangst. Volgens de huidige inzichten hebben de mensen in de vruchtbare sikkel en Zuid-Anatolië zich al in het late Mesolithicum of (Natufien) gevestigd in nederzettingen. Het begon al tijdens het einde van het Weichselien (de laatste ijstijd) rond 11.000 v.Chr.

c). het gebruik van stenen en ijzeren werktuigen

  • De stenen werktuigen in het mesolithicum werden gemaakt door met andere stenen stukken af te slaan van een stuk vuursteen. In het neolithicum begon men werktuigen te maken van geslepen stenen.
  • Pottenbakken. De uitvinding van het pottenbakken en het pottenbakkerswiel verlopen per regio anders. Daarom worden ze per regio beschreven. In het Midden-Oosten duurde het erg lang na de aanvang van het neolithicum (ca. 11.000 v.Chr.) voordat het pottenbakken werd uitgevonden (ca. 6.200 v.Chr.). In Limburg begon rond 5.500 v.Chr. het neolithicum met de Bandkeramische cultuur, mensen die tegelijkertijd huizen gingen bouwen, aan landbouw en aan veeteelt deden en ook al konden pottenbakken.
  • Koper werd in het Midden-Oosten toegepast vanaf ca. 5.500 v.Chr. Aanvankelijk werd gedegen koper gebruikt voor werktuigen en wapens. Dit is zacht en dus gemakkelijk te bewerken. Maar de zachtheid is ook een nadeel in het gebruik. Later werd koper uit erts gesmolten. Bij het smelten kwamen er vanzelf verontreinigingen in terecht. Vaak werd het hierdoor harder en dus beter geschikt als gereedschap of als wapen. Soms werd het daardoor echter bros en daarmee ongeschikt. De producten werden tot op grote afstanden geëxporteerd.[14]
  • Het wiel is uitgevonden op verschillende plaatsen in de wereld.

 

 

d). Vereren van voorouders

Over het algemeen zou men kunnen stellen dat er in het vroege neolithicum mogelijk alleen sprake was van voorouderverering terwijl er later p het einde van het Neolithicum ontwikkelingen waren in de richting van een pantheon met goden en mythologische verhalen die aan de hoven de ronde deden

 

 

Sharing is caring
    Dit bericht is geplaatst in Supergeschiedenis, Tijd van Boeren en IJzer. Bookmark de permalink.

    Reacties zijn gesloten.