‘Daar heb je het: juist de maskers die we kiezen tonen het diepste van onze ziel’ (p.156)

(Vries, J. d. (2013). De republiek. Amsterdam: Prometheus)

Rutger Hauer als Erik Hazelhoff tijdens de ontgroening in zijn Leidse studententijd (Bron: Film ‘Soldaat van Oranje’, 1977)

 

Persoonlijk intermezzo (2)
(>>terug naar boekbespreking)

In de roman ‘De Republiek’ van Joost de Vries trof mij met het woord ‘Tirambula’ recht in het hart – een beetje pathetisch gezegd. Zonder dat de schrijver het echt gaat toelichten begreep ik als lezer meteen waar de schrijver met het gevleugelde woord aan refereert. Dat is nou literatuur zoals literatuur bedoeld moet zijn. En meteen is het dan even tijd voor een persoonlijk intermezzo dat niet in een recensie thuishoort maar opgeschreven moet worden.

‘Ik ben een van de jongens die het nooit zal kunnen verwerken dat hij de Tweede Wereldoorlog niet heeft meegemaakt, dat ik nooit de kansen zal krijgen die Erik Hazelhoff Roelfzema wel kreeg.’

Meteen had ik dit beeld voor mij.  Hoe intens heeft die film in mijn jeugd mijn verbeelding beïnvloed! Soldaat van Oranje. Ook zo’n onderdeel van het collectieve geheugen van mijn tijdgenoten. Een kale, kwetsbare Rutger Hauer die tijdens zijn ontgroening het lied Tirambula gaat zingen in opdracht van praeces Jeroen Krabbé.
“Liedje zingen!”
In mijn jeugd misschien wel 10 keer gezien die film en ook later, toen ik zelf student was, zonder overigens lid te zijn, zo vaak geroepen tegen mijn vrienden: ‘Liedje zingen’. Nu, als ik terugkijk op mijn studententijd, voelt het geforceerd, gênant zelfs. Maar toen was het een soort gevoel van vrijheid. Alsof ik iets bereikt had wat in mijn jeugd alleen maar als filmfantasie bestond.
Als ik eerlijk ben: de film was bepalend voor mijn hele beeld van de Tweede Wereldoorlog (en Zwartboek van 20 jaar later kon in dit hardnekkig zwart-beeld van goed of fout in de oorlog niets nuanceren). Ook hier zou je, vergelijkbaar met The Longest Day(1962) en Saving Private Ryan (1998), een vergelijking kunnen maken hoe beide films ook een beeld geven van de wisselende context waarin ze gemaakt zijn.  Maar de film gaf ook heel persoonlijk voeding aan mijn  ideale beelden van ‘studeren aan de universiteit’, ‘wonen op kamers’,  ‘het corps’ en  ‘sterven als verzetsheld‘.
In het onzekere begin van mijn studententijd deed ik er ook alles aan om deze beelden ‘werkelijkheid’ te laten worden door onder vrienden te toasten met ‘Morguh’ en mij precies hetzelfde te gedragen als de corpsballen uit Soldaat van Oranje. Achteraf was dat ‘studentje spelen’ volgens de regels zoals ik die in de film gezien had, natuurlijk  een masker. Een manier om mijn onzekerheid als adolescent te verbergen. Meteen in het begin van het verhaal roept Brik uit de roman van De Vries al ergens:

‘Daar heb je het: juist de maskers die we kiezen tonen het diepste van onze ziel’.

Daarom bleef ik lezen in dit boek. Ik was benieuwd naar de metaforen en verwijzingen naar de films, stripboeken en TV-series uit mijn jeugd. Als iemand zegt: hij zag er uit als Rik Ringers dan is dat voor mijn een heel dominant beeld. En dat is een gek verschijnsel. Hoe iemand direct zijn kabel aansluit op de juiste poort terwijl je aan het lezen bent. Je krijgt ook even een gevoel van een onderdeel te zijn van een complot met een eigen geheimtaal. Ik zou zeggen, met een term uit de tijd van het inbelmodem: bedankt voor dit gevoel van een ‘handshake’, Joost de Vries.

(>>terug naar boekbespreking)

Sharing is caring