De onbedoelde gevolgen van verzetsdaden in Nederland tijdens de Duitse bezetting

Een held is iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest (W.F. Hermans)

Veel verzetsdaden in Nederland tijdens de bezetting waren slecht voorbereid, knullig uitgevoerd en weinig effectief. De stakingen, overvallen en moordaanslagen werden in de laatste jaren van de oorlog door de Duitsers beantwoord met brute vergeldingsacties, waarbij veel slachtoffers vielen die niets met de actie van het verzet te maken hadden. De in totaal 3000 doden vormen een blinde vlek in de herdenkingsindustrie rond de rol van het verzet in de oorlog.

Elke keer als ik langs het beeld ‘Verzetsgroep’ op de kruising Apollolaan/Beethovenstraat in Amsterdam fiets, word ik een beetje kribbig. – Fantastisch mooi die verzetsdaden in de Tweede Wereldoorlog, denk ik dan. Maar hoeveel mensen zijn vanwege represaille-maatregelen van de Duitsers naar aanleiding van dat verzet, in de oorlog zinloos vermoord? Waren al deze heroïsche daden wel de offers waard? Deze zinloze slachtoffers zijn redelijk onzichtbaar gebleven in de nationale herdenkingsindustrie. Waren onze nationale knuffelhelden Erik Hazelhoff (Soldaat van Oranje) of Gerrit van der Veen niet gewoon roekeloze idioten, die heel veel mensen de dood ingejaagd hebben?
Midden op de brede grasstrook van de Apollolaan staan drie ietwat gestileerde mannen. Hun lichaamshouding verraadt hoe zij zich voelen. De middelste persoon heeft zijn borst stoer vooruit. Rechts van hem staat een man die al wat meer moeite heeft met de situatie maar hij balt nog zijn vuist. Links van hem buigt een man zijn hoofd gelaten.

Gus Maussen [CC BY-SA 3.0 nl (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/nl/deed.en)]
Beeld “Verzetsgroep” van Jan Havermans (1951), Apollolaan/Beethovenstraat
Gus Maussen [CC BY-SA 3.0 nl (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/nl/deed.en)]

De beeldengroep staat op een plaquette met een tekst die elke voorbijganger informeert wat herdacht wordt. Er is hier in de oorlog een verzetsdaad gepleegd. Maar dat niet alleen. De Duitsers hebben als vergelding maar liefst negen-en-twintig man doodgeschoten, terwijl deze mensen op zich niets met deze verzetsdaad (de aanslag op een SD-er verderop in de straat) te maken hadden. Deze 29 mensen zijn willekeurig uit het Huis van bewaring geplukt en naar de Apollolaan gebracht.
Ik stel het mij voor. Een Duitse legervrachtwagen komt piepend tot stilstand. Duitse bevelen klinken door de straat. Voorbijgangers kijken op. Mannen stappen struikelend uit de wagen. En dan: luid geknal. De geweerschoten echoën door de Beethovenstraat. Eén voor één zakken de mannen door hun knieën. Negen-en-twintig mensen dood. En dat niet alleen. In een klap verliezen talloze nabestaanden een vader, oom, zoon, echtgenoot of vriend…
Ik zucht en fiets verder. Ik moet denken aan de briljante uitspraak van W.F. Hermans over het verzet: ‘een held is iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest’. Boeken als Tranen der Acacia’s en De Donkere Kamer van Damocles, waarin de rol van het verzet door Hermans werd belachelijk gemaakt, zijn de schrijver niet in dank afgenomen. Hermans had wel gelijk.
De beeldengroep is niet het enige oorlogsmonument in Amsterdam waarover het verhaal van brute vergeldingsacties van de Duitsers een schaduw werpt. Het beeld van de drie mannen op de Apollolaan laat me niet los. Vooral de middelste persoon, die trots de kogel wil incasseren door zijn borst vooruit te steken, vind ik maf. Zullen er onder de naoorlogse patatgeneratie nog mensen zijn die trots en met geheven hoofd willen sterven voor het vaderland?

Het verhaal achter het beeld ‘Verzetsgroep’ van Jan Havermans op de kruising Apollolaan / Beethovenlaan is exemplarisch. In dit geval kwam er een groepje verzetsmensen op het idee om de beruchte politieman Oehlschlägel van de Sicherheitsdienst te overvallen. De SD had zijn hoofdkwartier een paar straten verderop. In het HBS-gebouw waar nu het Gerrit van der Veen-college is gevestigd en waar de straat is omgedoopt tot GerritvanderVeenstraat, ook zo’n verzetsheld uit de oorlog.
Op de sokkel van de beeldengroep op de Apollolaan is een datum gehakt: ’23 oktober 1944′. Let wel: de geallieerden zijn dan al geland op Normandië en rukken op richting België. Het einde van de oorlog is nog niet zeker maar de gedachte aan een aanstaande bevrijding is zeker aanwezig. Was deze aanslag op 1 Duitser 29 doden waard?
Stel dat je de balans op zou maken van alle verzetsdaden in Nederland en hun onbedoelde effecten. Hebben al die (vaak mislukte) overvallen, aanslagen en liquidaties nu geleid tot een snellere beëindiging van de Duitse bezetting?
Je zou een schrijnende waslijst kunnen aanleggen van alle gevangen, en op straat gearresteerde burgers, die vanwege represaille-maatregelen van de Duitsers, het moesten bekopen met de dood. En dat alleen door het soms roekeloze gedrag van verzetslieden.

Na 1943 verhardde de terreur van de Duitsers in de bezette gebieden

Het is een vraag die je eigenlijk nog steeds niet mag stellen. Het lijkt de zoveelste blinde vlek te zijn in de Nederlandse herinnering aan de oorlog. Men wil eigenlijk niet weten wat al die verzetshelden, die we nog elk jaar herdenken, en waar we beelden voor opgericht en straten naar vernoemd hebben, in sommige gevallen hebben veroorzaakt.
Het is een historisch feit, en ook destijds algemeen bekend gegeven, dat de Duitse terreur in de bezette gebieden toenam na 1943. Toen in de winter van ’43 bij Stalingrad de Duitse expansie stagneerde, gaf
Heinrich Himmler, de hoogste baas van de SS, vanuit Berlijn aan al zijn in bezet Europa gestationeerde commandanten de opdracht elke vorm van verzet meedogenloos te bestraffen.
De baas van de Sicherheitsdienst van Noord-Holland en Utrecht Willy Lages kreeg bijvoorbeeld na de winter van ’43 van de Hörere SS und Polizeiführer Hanns Rauter toestemming om zonder proces gevangenen als vergelding te executeren. In veel Nederlandse steden hingen steeds vaker pamfletten met de Duitse vergeldingsmaatregelen naar aanleiding van een verzetsdaad.

Een voorbeeld van een ‘Bekanntmachung’ in Haarlem (oktober 1944) waarmee de Duitsers blijk gaven van de brute represaille-maatregelen als reactie op verzetsdaden.

De mislukte en onbedoelde aanslag op Hanns Rauter, de hoogste baas van de SS in Nederland, bij de Woeste Hoeve in maart 1945

Wie zich in de bronnen verdiept over de laatste jaren van de oorlog in Nederland krijgt een ontluisterend beeld van het verzet. Veel acties van het verzet zijn onbezonnen, slecht voorbereid, knullig uitgevoerd en hebben veel onbedoelde gevolgen.
Meest schrijnende voorbeeld hiervan is wel de mislukte aanslag op Hanns Rauter op 8 maart 1945, twee maanden voor het einde van de oorlog. Een verzetsgroep dacht een aanslag te plegen op een vrachtwagen met vlees maar in de auto bleek de hoogste nazi in Nederland te zitten! Men opende in paniek het vuur. Rauter werd niet gedood. De vergissing leidde tot de zwaarste represaille-maatregel ooit op Nederlands grondgebied genomen.

De mislukte aanslag op de BMW-cabriolet van Hanns Rauter op de Oude Arnhemseweg bij de herberg de Woeste Hoeve leidde in totaal tot 236 doden.
De mislukte aanslag op de BMW-cabriolet van Hanns Rauter op de Oude Arnhemseweg bij de herberg de Woeste Hoeve leidde in totaal tot 236 doden. De verzetslieden droegen Duitse uniformen en hielden de auto aan buiten de stad. Dit was extra dom omdat Rauter zelf namelijk had afgekondigd dat voertuigcontroles ‘s nachts alleen nog binnen de bebouwde kom mochten plaatsvinden. Na het vuurgevecht controleerden de overvallers ook niet of alle inzittenden gedood waren. Rauter overleefde de aanslag en werd in 1949 berecht en als oorlogsmisdadiger gefusilleerd. Hij gaf zelf het commando ‘Feuer’ aan het executiepeloton.

Maar liefst 117 (!) mannen zijn uit gevangenissen rond Apeldoorn gehaald en ter plaatse van de herberg de Woeste Hoeve geëxecuteerd vanwege de aanslag op deze hoogste politiebaas van de Duitsers in Nederland. Daarna zijn nog 119 (!) personen, verspreid over de Nederlandse gevangenissen doodgeschoten.


Op 8 maart 1945 was ook mijn oom Jan, de broer van mijn moeder, onschuldig slachtoffer van deze slecht voorbereide verzetsdaad. Hij zat op het moment van de aanslag op Rauter in de SD-gevangenis in Doetinchem opgesloten. In december 1944 was hij gearresteerd door de Duitsers omdat zij een collega van hem niet konden vinden. Hij was zeker vrijgekomen na de bevrijding als het lot niet anders beslist had. Ik heb natuurlijk deze Jan nooit gekend maar ik heb wel het gevoel dat zijn dood, en het verdriet over het verlies, een enorme impact heeft gehad op de gedachtenwereld van mijn moeder en haar familie. Oorlogsverdriet wordt generaties doorgegeven…

De ontvoering van de SD-er Oelenschlägel op de hoek Beethovenstraat/Apollolaan leidde tot een onbedoeld bloedbad

Wat gebeurde er nu precies in Amsterdam-Zuid op 23 oktober 1944, waar we de beeldenpartij van drie mannen aan te danken hebben in het grasperkje in het midden van de Apollolaan?
Een groepje leden van het Amsterdamse verzet wil Herbert Oehlschlägel de politie-functionaris van de Sicherheidsdienst, ontvoeren. Oehlschlägel werkte onder Willy Lages (hoofd van de SD in Noord-Holland en Utrecht) en bezat veel gegevens van illegale groeperingen. Wanneer je de bronnen er op na leest is de ontvoering een halve mislukking. De verzetsgroep probeerde Oehlschlägel met chloroform te bedwelmen maar dit ging mis. De fles chloroform brak en hij begon te schreeuwen. Uit paniek schoten zij toen Oehlschlägel op straat dood, waardoor zij niet de tijd hadden om het lijk mee te nemen.
Als je zo’n beschrijving leest moet je onwillekeurig denken aan de amateuristische beelden van een Nederlandse verzetsfilm van Wim Verstappen uit de jaren zeventig. Wat een geknoei.

Als vergelding van de moord op de SD-er Oehlschlägel werden 29 gevangen uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans door de Duitsers gefusilleerd. Op het kruispunt Apollolaan / Beethovenstraat werden bovendien twee huizen ontruimd en afgebrand. In een van de huizen woonde een NSB-er.

De volgende dag waren de represaille-maatregelen van de Duitsers keihard: maar liefst 29 gevangenen werden willekeurig uit een cellenblok van het Huis van Bewaring gehaald. Aan elkaar geketend met handboeien werden zij in groepjes uitgeladen bij het kruispunt Apollolaan / Beethovenstraat. Omwonenden werden gedwongen om toe te kijken. Sommige bronnen beweren zelfs dat één SD-er de executie deed. De lichamen bleven twee uur liggen als afschrikwekkend voorbeeld richting de bewoners van Amsterdam-Zuid.

Loe de Jong schrijft in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (p. 384-390) uitgebreid over deze verschrikkelijke gebeurtenis. Ook hij refereert aan het aantal doden als gevolg van de represaille-acties naar aanleiding van verzetsdaden.

Hoeveel personen in de bezette provincies benoorden de grote rivieren
in totaal in de maanden van september ’44 tot aan de bevrijding volgens
de geschetste ‘administratieve berechting’ zijn doodgeschoten (daarbij
rekenen wij diegenen die na de z.g. aanslag op Rauter alsmede vlak voor
de bevrijding van bepaalde plaatsen in het oosten en noorden des lands
zijn gefusilleerd, niet mee), is niet precies bekend. Het werd door de
organen van de bijzondere rechtspleging niet steeds nodig geacht, een
volledig overzicht te krijgen van de represaille-acties waarbij bepaalde
chefs van Einsatzkommandos o f hun ondergeschikten betrokken waren
— voor hen was voldoende wanneer de zaak met betrekking tot enkele
van die acties ‘rond’ was

(…) 
Loe trekt de voorlopige conclusie: 

Het is dus waarschijnlijk dat de SD-terreur alleen al in Noord-Holland en
Utrecht een kleine vijfhonderd mensenlevens heeft gevergd.

Dat is niet gering als je bedenkt dat Loe nog niet de doden in geheel Nederland meetelt. Bijvoorbeeld de doden naar aanleiding van de aanslag bij de Woeste Hoeve (bij Apeldoorn) zou nog bij deze 500 geteld moeten worden.

Laten we eens een poging wagen op basis van de bestaande literatuur over dit onderwerp anno 2019:

Conclusie

Nederland telde in de jaren ’40-’45 ongeveer 9 miljoen inwoners
Totaal aantal doden onder de Nederlandse bevolking als gevolg van de oorlog ligt tussen de 225.000 en 250.000.
Aantal militairen van het Nederlandse leger omgekomen tussen 10 en 14 mei: 2.200.
Aantal doden bij bombardement op Rotterdam (mei 1940): 900.
Aantal doden onder Joodse burgers gedeporteerd naar concentratiekampen: 104.000.
Aantal doden bij bombardementen en gevechten in de frontgebieden van september 1944 – mei 1945: 20.500 burgers.
Aantal doden in West – Nederland, gestorven door honger en kou in de Hongerwinter, 1944 – 1945: 22.000 burgers.
Aantal doden door repressaille-maatregelen nav verzetsdaden (2.000 van deze gefusilleerden waren verzetsmensen, de overigen gijzelaars of niets-vermoedende burgers): 2.850. 

Alle verzetsdaden tijdens de Duitse bezetting leidden tot bijna 3000 doden, veroorzaakt door zo’n 2000 verzetslieden waarvan er velen te onvoorzichtig waren. Maar wel gestraft.

F.W. Boterman, Duitse daders: de jodenvervolging en de nazificatie van Nederland (1940 – 1945) , Amsterdam: De Arbeiderspers (2015)

Website: https://www.tracesofwar.nl/articles/1473/Onbedoelde-aanslag-op-Rauter-bij-Woeste-Hoeve.htm?c=gw

Website: https://www.verzetsmuseum.org/jongeren/inval/doden_wo2

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (p. 384-390)

Sharing is caring
    Dit bericht is geplaatst in Tijd van Wereldoorlogen, 1900-1950 en getagd, , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

    Reacties zijn gesloten.