Het verhaal van de reizende monniken

Een paar reizende monniken bezochten eens een beroemde zenmeester die hoog in de kerktoren van een stad in het midden des lands woonde. De kerktoren werd door de stadsbewoners vreemd genoeg ‘Dom’ genoemd, terwijl de oude man die op deze winderige plek al jaren woonde toch heel wijs was. De monniken wilde heel graag weten waaruit de oefenpraktijk bestond van de oude man. Zij wilden namelijk ook graag verlicht worden. Met veel moeite beklommen zij de duizend treden van de toren. Buiten adem kwamen zij aan bij de verblijfplaats van de zenmeester, hoog in de toren. In zijn cel zat hij tevreden voor zich uit te kijken. Toen hij de monniken gewaar werd begroette hij hen hartelijk. Een duif die op het torenhek zat vloog verschrikt op toen de monniken voor de zenmeester neerknielden.
De monniken stelde hem meteen de vraag waar ze al jaren mee bezig waren:
‘Zeer geachte zenmeester, vertel ons, hoe worden wij verlicht?’
De zenmeester glimlachte en zei:
‘Ik eet, ik loop, ik zit, ik slaap…’
De monniken vonden die informatie nogal magertjes en waren vastbesloten om achter het geheim te komen dat de zenmeester, naar zij dachten, voor hen verborgen hield. Geïrriteerd zei een van de monniken:
‘Dat is toch niet bijzonders, gewaardeerde zenmeester. Ook wij eten, lopen, zitten en slapen!’
De zenmeester antwoordde vriendelijk maar vastberaden:
‘Ja, dat klopt.  Maar als ik eet, dan eet ik ook en als ik loop dan loop ik ook. Als ik zit dan zit ik en als ik slaap dan slaap ik.’

 

 

Sharing is caring
    Dit bericht is geplaatst in Verhaal van de reizende monniken, Zen. Bookmark de permalink.

    Reacties zijn gesloten.