Brokken, Jan (De Vergelding 2013)Leesvoer

Wanneer is iemand een held? Recensie: Jan Brokken, De Vergelding (2013)

Boekrecensie De Vergelding van Jan Brokken
Is een gescheiden vrouw met drie kinderen die uit geldnood voor de Duitsers gaat werken een moffenhoer?

‘Een held’, schreef W.F. Hermans, ‘is iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest’. Deze cynische typering van de verzetsdaden tijdens de Duitse Bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog zou een mooi motto geweest zijn voor het boek De Vergelding van Brokken. Op basis van archiefonderzoek en oral history beschrijft hij met veel inlevingsvermogen een dramatische gebeurtenis in het dorp Rhoon (onder de rook van Rotterdam) aan het einde van de oorlog.

Brokken schreef De Vergelding als een detective

Het boek leest als een spannende detective. Brokken kent de feiten rond de gebeurtenis alleen uit de verhalen die hem (na de oorlog in het dorp geboren) tot in den treuren zijn verteld door zijn vader maar ook door zijn lagere school juf en andere dorpsbewoners. De ware toedracht van het drama is nooit opgehelderd. Wat was er gebeurd? Op 10 oktober 1944 lopen ’s avonds twee Duitse soldaten met twee Nederlandse vriendinnen (moffenhoeren?) terug naar huis op een pikdonkere dijk. Een van de soldaten raakt verstrikt in een hoogspanningskabel die dwars over de weg ligt. Door het hoge voltage kleven zijn handen aan de stroomdraad vast en overleeft hij uiteindelijk de hoogspanning niet. Was het doelbewuste sabotage van het verzet of was het slechts een storm geweest waardoor de kabel uiteindelijk die bewuste nacht vanzelf naar beneden is gekomen? Bijna elke dorpsbewoner heeft daar een ander verhaal over…

Een dubieuze aanslag in Rhoon leidt tot De Vergelding

De Duitse officier, verantwoordelijk voor het district Rotterdam en omstreken,  trekt in ieder geval op die noodlottige datum 11 oktober 1944 snel zijn conclusie en arresteert dezelfde avond nog vrij willekeurig een groep mensen die op dat moment op de dijk te vinden zijn en verdacht waren. Onder de ogen van de dorpsbewoners worden zij een dag later als represaille op de plaats van ‘het ongeval’ gefusilleerd. Dat zijn de kale feiten volgens de overlevering.
Brokken wil echter, 60 jaar na dato, het naadje van de kous weten. Wie waren die soldaten die op de dijk liepen? Wie waren hun vriendinnen en wat was hun motief om een relatie met de ‘vijand’  te onderhouden? Was de fusillade op de dijk een geplande vergeldingsactie volgens de protocollen die het Duitse bestuur hanteerde of was het een persoonlijke wraakactie van de plaatselijke Ortskommandant? Als er sprake was geweest van doelbewuste sabotage, wie zou dat dan mogelijk in de dorpsgemeenschap gepleegd hebben en met welk motief? De kans was immers groot dat ook de Nederlandse vrouwen getroffen werden door de hoogspanningskabel… Als een detective duikt J. Brokken in de archiefstukken en spreekt nog levende getuigen om deze vragen beantwoord te krijgen.

Wat is het verschil tussen een landverrader en een verzetsheld?

Het bijzondere aan deze zoektocht is dat de schrijver niet direct zijn oordeel klaar heeft en, tegen de regels in van de officiële geschiedschrijving, vaak gebruik maakt van zijn verbeeldingskracht als romancier. De manier waarop hij een persoon aan de lezer introduceert getuigt van veel mensenkennis en inlevingsvermogen. Hij neemt ons mee naar de achtergrond van een persoon en door de context  gaan we een persoon anders zien, ook als het een Duitser is. Als lezer hebben we natuurlijk  het goed-fout perspectief van Lou de Jong al lang losgelaten wanneer we naar de Duitse bezetting terugkijken. Veel verzetsmensen waren avonturiers met veel minder nobele en rationele motieven dan iedereen aanvankelijk dacht. En ook de ‘landverraders’ waren veel minder ‘fout’ dan door de fatsoensrakkers geroepen werd.
Brokken gaat in De Vergelding nog een stapje verder. Hij heeft geen perspectief; zijn manier van beschrijven is caleidoscopisch. Hij toont ons de complexiteit van motieven van alledaagse dorpsbewoners die qua religieuze, sociale en economische achtergrond van elkaar verschillen. Het enige dat hen echt bindt is dat zij wonen in Rhoon en zich staande moeten houden in een onzekere oorlogstijd. Elke vorm van ethiek is daarbij individueel, bepaald door de zuil waarin men is opgegroeid en de persoonlijke ervaringen. En volstrekt niet een collectief gedragen moraal zoals elke oorlogsverhaal ons toch weer probeert te schetsen.

Is een gescheiden vrouw met drie kinderen die uit pure geldnood voor de Duitsers gaat werken een moffenhoer?

Er zijn veel grijstinten tussen goed en kwaad, dat weten we natuurlijk al lang, sinds de boeken van historici als Blom en Van der Heijden ons wezen op het enge perspectief van de bestaande geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog.  Maar kun je überhaupt wel spreken over vastomlijnende tegenstellingen in deze tijd? De historische werkelijkheid heeft veel meer facetten dan we geneigd zijn te denken. Alleen al de tientallen versies van het protestantisme in Rhoon en omstreken, bepaalde of iemand wel of niet kon onderduiken bij een familie. Zo was het ondenkbaar dat een lid van de Hervormde kerk onderdak kon vinden bij een familie die artikel 31 aanhing. Brokken toont ons in De Vergelding deze diversiteit van contexten waarbinnen het drama zich voltrekt. Steeds blijkt het verhaal anders te zijn dan door de overlevering verteld wordt. Het is ook niet voor niets dat veel personen die door Brokken zijn geïnterviewd anoniem willen blijven.
Of het nu een gescheiden vrouw is met drie kinderen die uit pure geldnood voor de Duitsers gaat werken en zo haar kinderen kan voorzien van voedsel en tegelijk verliefd wordt op een Duitse soldaat of een Nederlandse vader die probeert een Duitser om te kopen met een varken om zijn zoon van de dood te redden. Brokken laat ons op elke bladzijde de ontroerende menselijkheid en tragiek voelen achter een personage dat betrokken was bij de ‘sabotage’ op de dijk. Dit is vooral zo voelbaar omdat de schrijver grondig archiefonderzoek heeft gedaan naar biografische gegevens van de personages. Door zijn stijl krijgt hij de droge, historische feiten aan het praten.  Gedeeltelijk met zijn fantasie kleurt hij de personen dusdanig in dat we ons kunnen verplaatsen in de illusies, geloof, zwakheden en hoop van de personen die betrokken zijn bij het drama. Hij ‘verklaart’ dus niet deze dorpsgeschiedenis (dan zou hij de feiten niet mogen interpreteren) maar hij probeert het verhaal te  beschrijven en te ‘begrijpen’.

Omdat de schrijver gefaseerd zijn nieuwe inzichten – die de interviews en archiefstudie hebben opgeleverd – in het verhaal verwerkt, wordt je als lezer zelf onderdeel van de zoektocht naar de waarheid. Je leest het verhaal als een echte WhoDunnit. Saaie archiefstukken weet hij door middel van korte, zeer aannemelijke dialogen tussen de hoofdpersonen tot leven te brengen, waardoor de historische gebeurtenissen zich als een film voor het oog van de lezer afspelen. Ook vanuit het perspectief van de vijand. Door middel van het beschrijven van telefoongesprekken tussen een Duitse officier en zijn superieur naar aanleiding van de vermeende sabotage op de dijk, neemt Brokken ons mee in de uitvoerige en hiërarchische procedures waarmee de Duitsers een bezet gebied bestuurde.  De ambtelijke rapporten die direct worden opgemaakt en orders die over en weer gaan tussen de verschillende diensten en superieuren. En daar tussendoor ook hoe een officier tevreden het avondmaal gebruikt en terugkijkt op een drukke werkdag of ‘uit zijn bed gebeld wordt’ (gebaseerd op verslagen van zijn huidhoudster). Daarmee weet weet Brokken ook ‘De Vijand’ tot menselijke proporties terug te brengen, zonder overigens het sadisme, geldingsdrang, domheid en ijdelheid van sommige Duitsers uit het oog te verliezen.  Dat het drama op de dijk uiteindelijk niet concreet opgehelderd wordt, maakt voor de loop van het verhaal niet veel uit. Het draait meer om een goed begrip van de motieven en persoonlijkheid van elke dorpsbewoner in de specifieke omstandigheden van de oorlog, dan om de vraag wie er achteraf aan de schandpaal genageld  moet worden. Uiteindelijk kent een oorlog alleen maar verliezers.

Wanneer is iemand een held?

Voor mij persoonlijk, geboren halverwege de jaren zestig, deed het boek mijn alweer vastgeroeste beeld van Nederland tijdens de bezetting voor de zoveelste manier kantelen. Was iemand wel een held als hij een verzetsdaad pleegde die direct door de Duitsers wordt beantwoord met een vergelding die exponentieel tot meer slachtoffers leidde? Hitler bleek, zo realiseerde ik mijn pas na het lezen van ‘De Vergelding’, al veel eerder (namelijk in het oorlogsjaar 1943 toen de Duitsers hun eerste nederlagen leden in Afrika en Rusland en als gevolg hiervan: de instelling van de Arbeitseinsatz in Nederland die tot groter verzet leidde tegen de Duitsers) te hebben opgeroepen tot een grotere terreur in de bezette gebieden.  In 1943 werd een decreet uitgevaardigd dat na elke aanslag op een ‘nationaal-socialistisch persoon’ in de bezette gebieden, drie als anti-Duits bekendstaande mensen uit de regio zouden worden geliquideerd. Na september 1944 werd dit getal nog opgehoogd tot tien.

De Vergelding opent de ogen voor de standaardoffers die zijn gebracht door daden van het Verzet

Halverwege de oorlog liepen dus niet alleen de mensen zelf die een verzetsactie beraamden gevaar maar ook alle reeds gevangen genomen Nederlanders.  Natuurlijk: de represailles in Putten en de Woeste Hoeve aan het einde van de oorlog waren mij bekend. Knullige en wilde acties van het verzet die leiden tot meedogenloze vergeldingsacties, waarbij honderden willekeurige gevangenen, die niets met de bewuste overvallen te maken hadden, ter plaatse werden gefusilleerd. Hadden de avonturiers zich maar koest gehouden, ben je dan geneigd te denken, dan hadden al deze mensen de oorlog overleefd.
Maar dit aanscherpen van de vergeldingsmaatregelen was dus niet alleen het geval aan het einde van de oorlog. Als je googled op ‘Nederlanders gefusilleerd tijdens de Duitse’ bezetting (http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlanders_gefusilleerd_tijdens_de_Duitse_bezetting ) dan zie je een enorme lijst met namen waar na 1943 ook als doodsoorzaak het woord ‘represaille’ of ‘Silbertanne Action’ (een Duits codewoord voor liquidatie van een verdacht persoon als represaille) achter staat. Zo zijn in de oorlog circa 2100 mensen voor acties gefusilleerd die zij niet zelf hadden gepleegd.

Dat gaf bij mij plotseling weer een iets ander zicht  op de gevolgen van alle verzetsdaden in de laatste twee jaren van de oorlog. Bedenk met dit gegeven in je achterhoofd eens hoe heroïsch alle verzetsdaden zouden zijn overgekomen in films en romans wanneer je standaard, na een aanslag op een NSB-burgemeester of een overval op een distributiekantoor, het beeld voorgeschoteld kreeg, dat de volgende dag ter plekke 10 andere mensen werden doodgeschoten? Dan zou Soldaat van Oranje toch veel eerder van zijn voetstuk zijn gevallen.

Sharing is caring